Clark Gillian Website

voorproef


Wat Confucius allemaal zei


Dit boek omvat de vertalingen van boek 1-6: studie, bestuur, rituele dans, dorpen en mensen, een goede echtgenoot en de leerling

Wat Confucius zei:

 

Als er iemand denkt aan fatsoen in zijn of haar bestuur, wat voor onfatsoenlijks kan er nog gebeuren?

 

Als iemand zonder fatsoen bestuurt, hoe kan die persoon fatsoenlijke resultaten verwachten?

 










Wat Confucius zei:

 

 Iemand zou beter zeggen:

 

‘Het maakt mij niet uit dat ik geen functie heb, het maakt me alleen uit dat ik goed voorbereid ben op een.

 

Het maakt mij niet uit dat ik niet bekend ben, het maakt mij alleen uit dat, als ik ooit bekend word, ik dat ook waard ben.”

 










Confucius begon op een dag met:

 

Mijn leer is die van een allesomvattende eenheid.


Een van zijn leerlingen zei daarop:

 

Ja, inderdaad.


Maar nadat Confucius klaar was met zijn les van de dag, klampten de andere leerlingen die ene vast en zeiden.

 

Wat wou Confucius daarmee eigenlijk zeggen?


Die leerling zei:

 

De leer van onze meester is om trouw te zijn aan onszelf, de regels van onze eigen natuur, en om deze toe te passen in het voordeel van anderen.

 

Meer is er niet aan!











Wat Confucius zei:

 

 De gedachten van de deugdzame mens malen constant om wat er rechtvaardig is.

 

De gedachten van een kleingeestige mens malen constant om wat er allemaal te rapen valt.

 



子曰

 

能以禮讓為國乎?

 

何有?

 

不能以禮讓為國,

如禮何?







 




子曰

 

不患無位,

患所以立;

不患莫己知,

求為可知也。
















子曰

 

參乎!

 

吾道一以貫之。

 

曾子曰

 

唯。

 

子出。

 

門人問曰

 

何謂也?

 

曾子曰

 

夫子之道,

忠恕而已矣。











 


子曰

 

君子喻於義,

小人喻於利。