Clark Gillian Website

Wat Confucius allemaal zei.

De analecten van Confucius.
Boek 11.
Zij die ons zijn voorgegaan.



🧧


Wat Confucius zei:

 

Ze zeggen soms dat de muziek en de rituelen van de oude tijden lomp en barbaars waren, terwijl de muziek en de rituelen van vandaag beschaafd zijn.

 

Maar persoonlijk volg ik liever de muziek en rituelen van zij die ons zijn voorgegaan.

 


子曰

 

先進於禮樂,

野人也;

後進於禮樂,

君子也。

 

如用之,

則吾從先進。


🧧

 


Van mijn leerlingen die met mij doorheen de moeilijkheden in de staten Chen en Cai verbleven, klopt er nu niemand meer aan mijn deur.

 

Er waren zij die uitblonken in principes en integriteit;

Zij die uitblonken in hun retoriek;

Zij met uitgesproken administratief talent en zij die veel hebben bereikt op literair vlak.

 


子曰

 

從我於陳、

蔡者,

皆不及門也。

 

德行顏淵,

閔子騫,

冉伯牛,

仲弓。

 

言語

宰我,

子貢。

 

政事

冉有,

季路。

 

文學

子游,

子夏。


🧧


Confucius zei eens tegen een leerling:

 

Jij helpt mij helemaal niet.

Over niets van wat ik zeg word jij boos!

 


子曰

 

回也非助我者也,

於吾言無所不說。


🧧

 


Wat Confucius zei tegen een leerling:

 

Jouw plichtsgevoel naar jouw ouders is iets om trots over te zijn!

 

Niet alleen jouw familie prijst je erom, maar ook jouw collega’s en werkgevers.

 


子曰

 

孝哉閔子騫!

人不間於其父母昆弟之言。


🧧

 


Er was een leerling die zodanig vaak een passage herhaalde over het bewustzijn van woorden uit een lied van het boek der Oden, dat Confucius de dochter van zijn oudste broer aan hem uithuwelijkte.

 


南容三復白圭,

孔子以其兄之子妻之。


🧧

 


Een leerling van Confucius stond erom gekend om geobsedeerd te zijn over een lied uit de oden over de ‘Witte Jaden Scepter’, wat gaat over bedachtzaamheid in het spreken.

 

Hij zong het zodanig veel dat Confucius de dochter van zijn broer aan hem uithuwelijkte.

 


南容三復白圭,

孔子以其兄之子妻之。


🧧

 


Iemand vroeg aan Confucius wie van zijn leerlingen de grootste liefde had voor het studeren.


Wat Confucius zei:

 

Ik had een leerling die alle andere leerlingen oversteeg in liefde voor het studeren.

 

Helaas is hij vroeg gestorven en nu laat hij een leegte achter die nog geen andere leerling heeft kunnen vullen.

 


季康子問

 

弟子孰為好學?

 

孔子對曰

 

有顏回者好學,

不幸短命死矣!

 

今也則亡。


🧧

 


Wanneer een leerling stierf die Confucius zo graag zag als een zoon, smeekte zijn vader om de koets van Confucius af te mogen breken.

 

Het hout zou een buitenkist worden voor de doodskist.


Wat Confucius zei:

 

We noemen een zoon altijd een zoon, getalenteerd of niet.

 

Zelfs mijn eigen zoon had een doodskist zonder buitenkist.

 

Waarom?

 

Ik was toen nog in dienst bij hoge functionarissen, en het zou onfatsoenlijk geweest zijn om te voet naar werk te gaan.

 


顏淵死,

顏路請子之車以為之椁。

 

子曰

 

才不才,

亦各言其子也。

 

鯉也死,

有棺而無椁。

 

吾不徒行以為之椁。

 

以吾從大夫之後,

不可徒行也。


🧧

 


Wanneer die leerling stierf, zei Confucius:

 

Oh, de Hemel verplettert me!

De Hemel vernietigt me!

 


顏淵死。

 

子曰

 

噫!

天喪予!

天喪予!


🧧

 


Wanneer die leerling stierf, huilde Confucius zodanig hard om hem dat de leerlingen zeiden:

 

Meester, uw verdriet is erover!

 

Confucius vroeg:

 

Is het er echt over?

Zeg mij dan voor wie van jullie ik meer tranen moet laten?

 


顏淵死,

子哭之慟。

 

從者曰

 

子慟矣。

 

曰

 

有慟乎?

非夫人之為慟而誰為!


🧧

 


Dus voor de begrafenis van die leerling besloten alle leerlingen hem een grootse begrafenis te geven.

 


Confucius zei:

 

Nee.

 


Maar toch gaven de leerlingen hem een prachtige, meeslepende begrafenis.


Wat Confucius zei:

 

Hij beschouwde mij als zijn vader, maar dankzij deze begrafenis van jullie heb ik hem niet als een zoon kunnen begraven.

 

Want voor mijn eigen zoon zou ik respectvol de regels van de rituelen strikt opgevolgd hebben.

 


顏淵死,

門人欲厚葬之,

子曰

 

不可。

門人厚葬之。

 

子曰

 

回也視予猶父也,

予不得視猶子也。

 

非我也,

夫二三子也。


🧧

 


Een leerling vroeg Confucius over het dienen van overleden zielen.


Wat Confucius zei:

 

Zonder eerst het dienen van mensen onder de knie te krijgen, hoe kan je zelfs denken aan het dienen van de overledenen?


De leerling vroeg vervolgens ook naar de dood zelf.


Wat Confucius zei:

 

Zonder eerst het leven te begrijpen, hoe wil je de dood doorgronden?

 


季路問事鬼神。

 

子曰

 

未能事人,

焉能事鬼?

 

敢問死。

 

曰

 

未知生,

焉知死?


🧧

 


Wanneer de Meester langskwam, waren sommige leerlingen zeer formeel, andere leerlingen beleefd en uitgesproken en nog andere leerlingen op hun gemak en rechtuit.

 


Confucius was tevreden over zijn leerlingen, maar zei over de laatsten:

 

Het is onwaarschijnlijk dat jullie zullen sterven op natuurlijke wijze.

 


閔子侍側,

誾誾如也;

子路,

行行如也;

冉有、

子貢,

侃侃如也。

 

子樂。

 

若由也,

不得其死然。


🧧

 


Op een dag keken Confucius en zijn leerlingen toe hoe het oude rekenhof werd afgebroken om het te renoveren.


Een leerling zei:

 

Als we het opnieuw zullen opbouwen in de oude klassieke stijl, waarom breken we het dan af in de eerste plaats?


Wat Confucius daarop zei:

 

Deze leerling spreekt nauwelijks, maar als hij iets zegt dan is het meteen raak.

 


魯人為長府。

 

閔子騫曰

 

仍舊貫,

如之何?

 

何必改作?

 

子曰

 

夫人不言,

言必有中。


🧧

 


Confucius zei op een dag:

 

Wie durft de verfijnde luit van Yu te bespelen in mijn school?


Wanneer de leerlingen erachter kwamen wie het was, begonnen ze hem te vermijden.

 

Ook Confucius merkte dit gedrag op.


Daarop zei hij tegen hen:

 

De leerling-luitspeler is het misschien niet waard de luit van Yu te spelen in de grote hal, maar hij is in ieder geval al begonnen met het beklimmen van die grote trap.

 


子曰

 

由之瑟奚為於丘之門?

 

門人不敬子路。

 

子曰

 

由也升堂矣,

未入於室也。


🧧

 


Een leerling vroeg aan Confucius wie van de twee leerlingen, Shi of Shang, meer geleerd was.


Wat Confucius zei:

 

Shi gaat vaak net te ver en te diep,

terwijl Shang het net niet kan doorgronden.


De leerling zei daarop:

 

Dan is het Shi die de betere is van de twee.


Confucius:

 

Vind je?

Want geen van de twee zijn op punt.

 


子貢問

 

師與商也孰賢?

 

子曰

 

師也過,

商也不及。

 

曰

 

然則師愈與?

 

子曰

 

過猶不及。


🧧

 


Nu was het zo dat een functionaris in het hof van Lu rijker was geworden dan de hertog zelf en een oud-leerling van Confucius bij hem in dienst alsnog belastingen ging opvragen bij het volk.

 


Wat Confucius zei tegen zijn leerlingen:

 

Ik kan hem niet langer een discipel noemen. Moesten jullie hem publiekelijk beschimpen, zou het nog zo erg niet zijn.

 


季氏富於周公,

而求也為之聚斂而附益之。

 

子曰

 

非吾徒也。

 

小子鳴鼓而攻之,

可也。


🧧

 


Confucius evalueerde zijn leerlingen:

 

Jij bent te traag van begrip.

Jij bent te onnauwkeurig.

Jij bent te terughoudend.

Jij bent koppig.

 


子曰

 

回也其庶乎,

屢空。

 

賜不受命,

而貨殖焉,

億則屢中。


🧧

 


Wat Confucius nog zei:

 

Hier hebben we leerling Hui.

Hij is zo goed als volmaakt in al zijn deugden terwijl hij niet veel middelen heeft.

 

En hier is leerling Ci.

Hij heeft zijn studie opgegeven om in de handel te treden en hij heeft sindsdien vele bezittingen vergaard omdat hij een kei is in speculeren.

 


子曰

 

回也其庶乎,

屢空。

 

賜不受命,

而貨殖焉,

億則屢中。


🧧

 


Een leerling vroeg wat de weg was van de deugdelijke mens.


Wat Confucius zei:

 

Niet in de voetstappen van anderen treden en geen persoonlijke kamers binnengaan.

 


子張問善人之道。

 

子曰

 

不踐跡,

亦不入於室。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Zelfs als iemand oprechte en eerlijke woorden spreekt, is het nog niet uitgesloten dat dit alleen uiterlijk vertoon zou kunnen zijn.

 


子曰

 

論篤是與,

君子者乎.色莊者乎.


🧧

 


Een leerling vroeg als hij wat hij had geleerd in de les direct mocht toepassen in de praktijk.

 

Confucius zei tegen hem:

 

Ga eerst in overleg met uw vader en oudere broers, waarom zo overhaast?


Nu vroeg een andere leerling exact dezelfde vraag.


Confucius zei tegen hem:

 

Ja, doe het.


Nu was er een derde leerling die dit alles had gevolgd en stond perplex.

 

Hij vroeg aan Confucius waarom hij aan de ene leerling zei om met zijn vader en zijn broers te overleggen terwijl de andere leerling de les direct in de praktijk mocht brengen.

 

Wat Confucius zei:

 

De tweede leerling is traag en terughoudend van inborst, daarom spoorde ik hem aan om direct actie te ondernemen.

 

De eerste leerling is echter te energetisch en daarom heb ik hem moeten terughouden.

 


子路問

 

聞斯行諸?

 

子曰

 

有父兄在,

如之何其聞斯行之?

 

冉有問

 

聞斯行諸?

 

 å­æ›°

 

 èžæ–¯è¡Œä¹‹ã€‚

 

公西華曰

 

由也問聞斯行諸,

子曰有父兄在;

求也問聞斯行諸,

子曰聞斯行之。

 

赤也惑,

敢問。

 

子曰

 

求也退,

故進之;

由也兼人,

故退之。


🧧

 


Na een hinderlaag vond Confucius een van zijn leerlingen terug.


“Ik dacht dat je vermoord was,” zei Confucius.


“Ik zou niet durven! Hoe zou ik, wetende dat jij er was?” zei de leerling.

 


子畏於匡,

顏淵後。

 

子曰

 

吾以女為死矣。

 

曰

 

子在,

回何敢死?


🧧

 


Een leerling vroeg aan Confucius over twee bekende ministers.


Wat Confucius zei:

 

Ik dacht dat je vragen zou stellen over capabele mensen, in de plaats daarvan stel je vragen over die twee ministers.

 

Een capabele minister is iemand die regeert met principes van gezond verstand, en wanneer hij of zij daarin tegen een muur botst, zich terugtrekt uit de functie.

 

Nu, over de twee ministers die je aanhaalt, zij zijn eerder carrièremensen dan dienstbaar.

De leerling vroeg:

 

Denk je dan dat ze tegen alles ja zeggen?


Wat Confucius zei:

 

Misschien niet koningsmoord of vadermoord.


季子然問

 

仲由、

冉求可謂大臣與?

 

子曰

 

吾以子為異之問,

曾由與求之問。

 

所謂大臣者

 

以道事君,

不可則止。

 

今由與求也,

可謂具臣矣。

 

曰

 

然則從之者與?

 

子曰

 

弒父與君,

亦不從也。


🧧



Een oud-leerling van Confucius trok een zijn leerlingen voor om voorzitter te worden van een hoofdzetel.


Wat Confucius zei:

 

Nu maak je de eerlijke kansen van iemand anders kapot.


De oud-leerling zei:

 

Er zijn talloze andere functies waarvoor je niet geleerd moet zijn. Waarom moet iedereen zijn weg ernaar studeren?

 


Confucius:

 

En dit is waarom ik een afkeer heb van welbespraaktheid.

 


子路使子羔為費宰。

 

子曰

 

賊夫人之子。

 

子路曰

 

有民人焉,

有社稷焉。

 

何必讀書,

然後為學?

 

子曰

 

是故惡夫佞者。


🧧

 


Vier leerlingen zaten met Confucius samen.
Confucius zei:

 

Vergeet nu even dat ik ouder ben dan jullie en zeg eens eerlijk. Soms wordt onder jullie gezegd dat onze school niet prestigieus genoeg is.

 

Stel nu dat iemand vooraanstaand zou langskomen om beroep te doen op jullie talenten, wat zouden jullie hem of haar te bieden hebben?

 

Een leerling antwoordde snel en gehaast:

 

Stel dat er een hongersnood is en grote militaire operaties die ondertussen lopen;

Ik zou deze situatie binnen drie jaar kunnen omkeren zodanig dat de mensen gesterkt zouden zijn en een duidelijke richting hebben.


Confucius glimlachte naar hem.

 

Hij vroeg aan de volgende leerling:

 

En jij?


Stel dat er op zeer grote en brede schaal bestuurd zou moeten worden, geef me de teugels en binnen drie jaar zullen de mensen niets tekortkomen.

En als het zou gaan over de rituelen van muziek en sociale conventies, dat zou ik moeten overlaten aan een specialist.


Confucius vroeg de derde leerling om te antwoorden.


Ik wil niet zeggen dat ik al deze dingen kan, maar ik wil ze zeker en vast allemaal leren en beheersen.

Voor mij persoonlijk zou ik graag tijdens de dienst in de tempel en tijdens de vergaderingen met het bestuur de donkere tuniek dragen van een persoonlijke assistent.


De vierde leerling was nog rustig zijn luit aan het bespelen wanneer Confucius naar hem keek en legde het instrument na een laatste tokkel opzij.


Mijn ambities liggen ergens anders dan van mijn drie collega’s, moet ik zeggen.


Confucius:

Dat geeft toch niet? Zeg maar.


Wel, het is de laatste maand van de lente wat wilt zeggen dat er in onze school vijf of zes leerlingen zullen worden aangesteld en ik zou daarom graag met hen nog eens een laatste keer in de rivier baden.

Ik wil nog laatste keer de zachte bries voelen aan het regenaltaar en daarna fluitend terug naar huis keren.


Confucius zuchtte en zei:

Daar sta ik volledig achter.


De leerlingen gingen terug naar huis, met uitzondering van de laatste, die meteen aan Confucius vroeg wat hij vond van de ambities van de anderen.


Wat Confucius zei:

Ze gaven in ieder geval allemaal hun mening.


De leerling:

Maar waarom dan uw glimlach?

 

Confucius:

Bestuur vraagt om de regels en rituelen van menselijkheid. Die uitgesproken ambities waren niet bescheiden en daarom kon ik niet anders dan naar hen lachen.

 

De leerling zei:

Maar ze vroegen niet allemaal om voorzitter te zijn.

 

Confucius zei:

Is het nodig om voorzitter te zijn om iets groots te verwezenlijken?


De leerling: En mijn collega die alleen een assistent zou willen zijn?


Ceremonies in de tempel en grote vergaderingen – als dat niets te maken heeft met bestuur, wat dan wel? En als hij zich volgzaam wilt opstellen, wie neemt er dan de leiding?


子路、

曾皙、

冉有、

公西華侍坐。

 

子曰

 

以吾一日長乎爾,

毋吾以也。

 

居則曰

 

不吾知也!

 

如或知爾,

則何以哉?

 

子路率爾而對曰

 

千乘之國,

攝乎大國之間,

加之以師旅,

因之以饑饉;

由也為之,

比及三年,

可使有勇,

且知方也。

 

夫子哂之。

 

求!

 

爾何如?

 

對曰

 

方六七十,

如五六十,

求也為之,

比及三年,

可使足民。

 

如其禮樂,

以俟君子。

 

赤!

 

爾何如?

 

對曰

 

非曰能之,

願學焉。

 

宗廟之事,

如會同,

端章甫,

願為小相焉。

 

點!

 

爾何如?

 

鼓瑟希,

鏗爾,

舍瑟而作。

 

對曰

 

異乎三子者之撰。

 

子曰

 

何傷乎?

 

亦各言其志也。

 

曰

 

莫春者,

春服既成。

 

冠者五六人,

童子六七人,

浴乎沂,

風乎舞雩,

詠而歸。

 

夫子喟然歎曰

吾與點也!

 

三子者出,

曾皙後。

 

曾皙曰

夫三子者之言何如?

 

子曰

亦各言其志也已矣。

 

曰

夫子何哂由也?

 

曰

為國以禮,

其言不讓,

是故哂之。

 

唯求則非邦也與?

 

安見方六七十如五六十而非邦也者?

唯赤則非邦也與?

 

宗廟會同,

非諸侯而何?

 

赤也為之小,

孰能為之大?

🧧