Clark Gillian Website

Wat Laozi Allemaal zei;

De complete Daodejing


    Vers 46 - 54

    46. De soberheid van vrede

    47. Zien en inzien

    48. Hoe minder hoe meer

    49. Vertrouwen en goedheid

    50. Leven en dood

    51. De kracht van de weg

    52. Voelen en aanvoelen

    53. Vooruit gaan en afdwalen

    54. Rijping

    46.
    De soberheid van vrede

     

    Waar de Dao heerst;

    Worden de renpaarden teruggeroepen,

    Om de velden te bemesten.

     

    Waar de Dao niet heerst;

    Wachten oorlogspaarden al,

    Aan de grens.

     

    Misdaden,
    Er is er geen groter dan

    Weten wat je wilt.

     

    Rampen,

    Er zijn er geen groter dan

    Niet weten wanneer genoeg is.

     

    Onheil,

    Er is er geen groter dan,

    Het verlangen naar winst.

     

    Weten wanneer genoeg,

    Genoeg is,

    Is echt waar zeker en vast,

    Genoeg.


     

    天下有道,

    卻走馬以糞。

    天下無道,

    戎馬生於郊。

    禍莫大於不知足;

    咎莫大於欲得。

    故知足之足,

    常足矣。

     

    ☯️


    47.
    Zien en inzien

     

    De wereld begrijpen,

    Zonder de deur uit te gaan.

     

    De hemelse Dao zien,

    Zonder uit het raam te kijken.

     


    Zoveel te meer je ver weg gaat,

    Zoveel te meer sta je af van het weten.

     

    Wijzen moeten niet ver reizen om te weten.

    Kunnen het ongeziene benoemen.

    Brengen tot een goed einde zonder te handelen.


     

    不出戶知天下;

    不闚牖見天道。

    其出彌遠,

    其知彌少。

    是以聖人不行而知,

    不見而名,

    不為而成。

     

    ☯️


    48.
    Hoe minder hoe meer    

     

    Toewijden aan studie,

    Is dagelijks verzamelen.

     

    Toewijden aan de Dao,

    Is dagelijks loslaten.

     

    Laat los om

    Nog meer los te laten.

     

    Om tot het

    Doen van nietsdoen

    Te komen.

     

    Een nietsdoen dat

    Niets ongedaan laat.

     

    Verover de wereld steeds zonder in de zaken te vermengen.

    De wereld veroveren door zich te vermengen in allerhande zaken,

    Is een werk zonder einde.


     

    為學日益,

    為道日損。

    損之又損,

    以至於無為。

    無為而無不為。

    取天下常以無事,

    及其有事,

    不足以取天下。

               

    ☯️ 


     49.
    Vertrouwen en goedheid

     

    Wijzen hebben geen hartewens,

    En helpen anderen daarom met die van hen.

     

    Liefdadige mensen vinden mij lief,

    Onliefdadige mensen vinden mij ook lief.

    Zoveel goedheid valt er te rapen.

     

    Authentieke mensen vertrouwen mij,

    Niet authentieke mensen vertrouwen mij ook.

    Zoveel vertrouwen valt er te rapen.

     

    Wijze mensen wonen op aarde

    Rustig en discreet

    Met een zwevend hart.

     

    Anderen kunnen niet anders dan

    Hen in de gaten te houden,

    En naar hen hun oren spitsen,

    Omdat ze net kinderen lijken.


     

    聖人無常心,

    以百姓心為心。

    善者,

    吾善之;

    不善者,

    吾亦善之;

    德善。

    信者,

    吾信之;

    不信者,

    吾亦信之;

    德信。

    聖人在天下,

    歙歙為天下渾其心,

    百姓皆注其耳目,

    聖人皆孩之。

     

    ☯️


    50.
    Leven en dood

     

    Jezelf in het leven smijten,

    Terugkeren naar het einde ervan.

    Drie op de tien

    Zijn volgers van het leven.

    Drie op de tien

    Zijn volgers van de dood.

     

    Nog eens drie op tien

    Leven om te sterven.

    Maar waarom?

    Ze leven voor ’s levens overschot.

     

    Ik heb gehoord van

    De beschermers van het leven,

    Die door over het land reizen,

    Net als buffels of tijgers,

    En slagvelden zomaar oversteken,

    Zonder zwaard of schild.

     

    Als buffels zonder kans om met hun horens te hieven,

    Als tijgers zonder kans om met hun klauwen te graaien,

    Als zwaarden zonder een schede om in te schuilen.

     

    Waarom dan?

    Omdat ze niet de kans hebben te sterven in het sterfelijke.


     

    出生入死。

    生之徒,

    十有三;

    死之徒,

    十有三;

    人之生,

    動之死地,

    十有三。

    夫何故?

    以其生,

    生之厚。

    蓋聞善攝生者,

    陸行不遇兕虎,

    入軍不被甲兵;

    兕無所投其角,

    虎無所措其爪,

    兵無所容其刃。

    夫何故?

    以其無死地。


    ☯️


    51.
    De kracht van de weg

     

    Gecreëerd door de Dao,

    Gesterkt door innerlijke kracht,

    Vorm gegeven als wezens,

    Vervolmaakt door omstandigheden.

    Daarom is er onder alle wezens geen enkel

    Die de Dao niet eert,

    En innerlijke kracht niet waardeert.

     

    Het eren van de Dao,

    Het waarderen van innerlijke kracht,

    In opdracht van niemand,

    En toch in constante vanzelfheid.

     

    Daarom creëert Dao hen,

    Sterkt innerlijke kracht hen aan,

    Voedt hen op en rijpt hen

    Geeft hen beschutting en verzorgt hen,

    Verpleegt hen en beschermt hen.

     

    Voortbrengen, maar dan zonder het te bezitten.

    Doen, maar dan zonder het te op te eisen.

    Leiden, maar dan zonder te domineren.

     

    Dit is gekend als:

    De onvatbaar diepe deugdelijkheid.


     

    道生之,

    德畜之,

    物形之,

    勢成之。

    是以萬物莫不尊道而貴德。

    道之尊,

    德之貴,

    夫莫之命常自然。

    故道生之,

    德畜之;

    長之育之;

    亭之毒之;

    養之覆之。

    生而不有,

    為而不恃,

    長而不宰,

    是謂玄德。

     

    ☯️


    52.
    Voelen en aanvoelen

     

    De wereld is ergens begonnen.

    Dit is gekend als de moeder.

    Eens je de moeder kan vatten,

    Dan kan je het kind begrijpen.

     

    Wanneer je het kind begrepen hebt,

    Wees geborgen door de moeder,

    En voor de rest van je leven,

    Buiten gevaarlijkheden.

     

    Prop de gaten vol.

    Sla de deuren dicht.

    Je leven lang,

    geen last.

    Open je mond.

    Hou je bezig met allerhande zaken.

    Je leven lang,

    Onbeholpen.

     

    De kleine dingen opmerken,

    Dat is spreken van verlichting.

    Zwakheden laten voor wat ze zijn,

    Dat is spreken van kracht.

    Gebruik dit licht om terug thuis te komen,

    In verlichting.

    En dit zonder jezelf te hebben verloren in

    De zorgen, lasten en rampen.

    Opnieuw en opnieuw,

    Zo doe je het.


     

    天下有始,

    以為天下母。

    既得1其母,

    以知其子,

    既知其子,

    復守其母,

    沒身不殆。

    塞其兌,

    閉其門,

    終身不勤。

    開其兌,

    濟其事,

    終身不救。

    見小曰明,

    守柔曰強。

    用其光,

    復歸其明,

    無遺身殃;

    是為習常。


    ☯️ 


    53.
    Vooruit gaan en afdwalen

     

    Als ik ook maar een piepklein stukje kennis had,

    Wandelde ik al over de Weg,

    En was mijn enige angst om af te dwalen.

     

    De Grote Weg is zo effen en glad,

    Maar mensen vinden afdwalen leuk.

     

    Paleizen zo schitterend,

    En de weides vol met onkruid.

    De graanschuren staan leeg.

     

    Kleren met kleurrijke borduursels,

    Riemen met plaats voor scherpe zwaarden,

    Volproppen met eten en drinken,

    Geld en marchandise in overvloed.

     

    Dit kent men als “hoe een dief zou stoefen”,

    En heeft totaal niets te maken met de Dao.


     

    使我介然有知,

    行於大道,

    唯施是畏。

    大道甚夷,

    而民好徑。

    朝甚除,

    田甚蕪,

    倉甚虛;

    服文綵,

    帶利劍,

    厭飲食,

    財貨有餘;

    是謂盜夸。

    非道也哉!

     


    ☯️


    54.
    Rijping

     

    Wat goed geworteld zit, geraakt niet zo snel uitgetrokken.

    Wat goed vastzit, geraakt niet zo snel afgenomen.

    Blijf daarom de voorouders eren.

     

    Kweek het in jezelf,

    Dan groeit de innerlijke kracht,

    Naar authenticiteit.

     

    Kweek het in jouw huishouden,

    Dan groeit de innerlijke kracht,

    Naar overvloed.

     

    Kweek het in jouw gemeenschap,

    Dan groeit de innerlijke kracht,

    Naar langdurigheid.

     

    Kweek het in heel het land,

    Dan groeit de innerlijke kracht,

    Naar welvaart.

     

    Kweek het over alles wat de hemel overkoepelt,

    Dan groeit de innerlijke kracht,

    Naar het universele.

     

    Meet jezelf daarom aan de hand van jezelf.

    Meet jouw huishouden aan de hand van jouw huishouden.

    Meet jouw gemeenschap aan de hand van jouw gemeenschap.

    Meet heel het land aan de hand van heel het land.

    Meet alles wat de hemel overkoepelt aan de hand van alles wat de hemel overkoepelt.

     

    Vanwaar zie ik de wereld als zodanig?

    Vaneigens!


    善建不拔,

    善抱者不脫,

    子孫以祭祀不輟。

    修之於身,

    其德乃真;

    修之於家,

    其德乃餘;

    修之於鄉,

    其德乃長;

    修之於國,

    其德乃豐;

    修之於天下,

    其德乃普。

    故以身觀身,

    以家觀家,

    以鄉觀鄉,

    以國觀國,

    以天下觀天下。

    吾何以知天下然哉?以此。


    ☯️


    Wat Laozi Allemaal zei;

    De complete Daodejing 


      Vers 1 - 9

      1. De poort naar het wonderlijke

      2. De tegenstelling verbindt

      3. Eenvoud

      4. Niet te doorgronden

      5. Wat uit de leegte komt

      6. De ziel van de vallei

      7. Eindeloze zelfloosheid

      8. Aanpassing zonder weerstand

      9. Loslaten

      Vers 10 - 18

      10. Puur en bescheiden

      11. Creatieve leegte

      12. Eigenwaarde zonder verslavingen

      13. Onafhankelijke eigenwaarde

      14. De onbegrijpelijkheid van de Dao

      15. De ondoorgrondelijkheid van wijsheid

      16. Terug naar het constante

      17. Bedachtzaam leiderschap

      18. Voortekens van verval


      Vers 19 - 27

      19. De vrijheid van nuchterheid

      20. Wereldse mensen, wijze mensen

      21. Ondoorgrondelijke Dao

      22. De wijsheid van buigzaamheid

      23. De duurzaamheid van het pad

      24. Vermijd ingewikkeldheid

      25. De grootsheid van de Dao

      26. Sereen

      27. Waar meesterschap


      Vers 28 - 36

      28. Kracht van visie

      29. Zonder ingrijpen

      30. Geweldloze kracht

      31. Fijnste wapens – instrumenten van miserie

      32. Overstijgen

      33. Verlichting

      34. Zelfloze grootsheid

      35. Onverderfelijk

      36. Paradoxale kracht


      Vers 37 - 45

      37. De overwinning van tevredenheid

      38. Krachtig zonder intentie

      39. Harmonie door simpliciteit

      40. De terugkeer

      41. Ongeforceerd

      42. Geweldloosheid

      43. De overwinning van tederheid

      44. Ware idealen

      45. Paradox van de waarheid


      Vers 46 - 54

      46. De soberheid van vrede

      47. Zien en inzien

      48. Hoe minder hoe meer           

      49. Vertrouwen en goedheid

      50. Leven en dood

      51. De kracht van de weg

      52. Voelen en aanvoelen

      53. Vooruit gaan en afdwalen

      54. Rijping


      Vers 55 - 63

      55. De kracht van deugdelijkheid

      56. Verlichting in stilte

      57. Stille, simpele rechtschapenheid

      58. Zachtaardig leiden

      59. Met mate

      60. Samenwerking

      61. Eerste dienaar

      62. Toevlucht

      63. Lichtheid van het bestaan


      Vers 64 - 72

      64. Eerste stappen

      65. Bescheiden vanzelfheid

      66. Van onderen uit

      67. Drie schatten

      68. Echt leiderschap

      69. De zege van terugtrekking

      70. Makkelijk te begrijpen, moeilijk te volgen

      71. Wijsheid en illusie

      72. Waar gezag


      Vers 73 - 81

      73. Stille overwinning

      74. De dodelijkheid van de dood

      75. Belastend

      76. Subtiele kracht

      77. De weg van de natuur

      78. De wijsheid van water

      79. Gezegend verdraagzaamheid

      80. Simpel leven

      81. Woorden van waarheid