Clark Gillian Website

Wat Confucius tot slot allemaal zei.

De analecten van Confucius.
Boek 14: Schandalig.


🧧


Een leerling vroeg Confucius naar wat hij allemaal schandalig noemt.


Wat Confucius zei:

 

Wanneer de zaken goed lopen, alleen maar denken aan geld; dat noem ik schandalig.

 

Maar ook wanneer de zaken slecht gaan, alleen maar denken aan geld; dat is even schandalig.


En de leerling voegde nog toe:

 

Het moment dat men in staat is geweest om dingen zoals beter willen zijn dan een ander, elkaar constant willen overtreffen, verachten en tegelijk ook willen bezitten kan overwinnen, kunnen we pas spreken van perfecte deugd.


Wat Confucius zei:

 

Wat je net beschrijft is inderdaad een fantastische prestatie, maar als dat op zich al perfecte deugd is, weet ik niet zeker.


憲問恥。

 

子曰

邦有道,

穀;

邦無道,

穀,

恥也。

 

克、

伐、

怨、

欲不行焉,

可以為仁矣?

 

子曰

可以為難矣,

仁則吾不知也。

 


🧧


Confucius zei:

 

Iemand kan zichzelf geen geleerde noemen en tegelijk ook luxe en comfort koesteren.


子曰

士而懷居,

不足以為士矣。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Als de mensen op dezelfde golflengte zitten met elkaar, spreek en handel met durf.

 

Maar wanneer er verdeeldheid is,
handel met durf maar spreek voorzichtig.

 


子曰

邦有道,

危言危行;

邦無道,

危行言孫。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Je kan er zeker van zijn dat menselijke mensen ook zullen spreken met respect.

 

Maar je kan er niet zeker van zijn dat iedereen die spreekt met respect daarom ook menselijke mensen zijn.

 

Je kan er zeker van zijn dat mensen met principes handelen met durf en overtuiging.

 

Maar je kan er niet zeker van zijn dat iedereen die handelt met durf en overtuiging mensen met principes zijn.

 


子曰

有德者,

必有言。

 

有言者,

不必有德。

 

仁者,

必有勇。

 

勇者,

不必有仁。


🧧

 


Tijdens een conversatie met Confucius zei een leerling:

 

Yi was de grote boogschieter en Ao was zo sterk dat hij zelfs een volledige boot over land kon trekken, maar beide zijn vroegtijdig gestorven.

 

Tegelijkertijd legden Yu en Ji zich toe op landbouw, en uiteindelijk werden zij heersers van het hele rijk.


Confucius zei er niets op.

 

Wanneer de leerling terugging naar de anderen zei hij:

 

Confucius is echt zo ongelooflijk edelmoedig.

 

En prachtig hoe erg hij integriteit bewondert.

 


南宮适問於孔子曰

羿善射,

奡盪舟,

俱不得其死然;

禹稷躬稼,

而有天下。

 

夫子不答,

南宮适出。

 

子曰

君子哉若人!

尚德哉若人!


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Er zijn zeker nobele karakters geweest die niet altijd menselijk waren.

 

Maar er zijn geen kleingeestige mensen geweest die men nobel kon noemen.

 


子曰

君子而不仁者有矣夫,

未有小人而仁者也。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Hoe kan je van iemand houden zonder deze te inspireren?

 

Hoe kan je iemand vertrouwen zonder van elkaar te leren?

 


子曰

愛之,

能勿勞乎?

 

忠焉,

能勿誨乎?


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Iemand maakt eerst een ruwe kladversie van de koninklijke speech;

Vervolgens wordt de inhoud bekeken en besproken;

Daarna wordt de stijl aangepast;

Uiteindelijk wordt het met elegantie en schoonheid afgewerkt.

 

子曰

為命:

裨諶草創之,

世叔討論之,

行人子羽脩飾之,

東里子產潤色之。


🧧

 


Iemand vroeg naar de premier en Confucius zei daarover:

 

Een vrijgevig man.


Iemand vroeg naar de eerste minister en Confucius zei:

Juist, die man.


Maar wanneer iemand vroeg naar de gouverneur zei hij:

 

Zelfs wanneer de gouverneur een regio van driehonderd families had ingenomen, sprak de voormalige heerser, ondanks het feit dat hij enkel maar grof rijst te eten had tot het einde van zijn dagen, nooit of nooit met een slecht woord over hem.

 


或問子產。

 

子曰

惠人也。

 

問子西。

曰

彼哉!

彼哉!

 

問管仲。

 

曰

人也。

 

奪伯氏駢邑三百,飯疏食,沒齒,無怨言。


🧧


Wat Confucius zei:

 

Arm zijn zonder bitter te worden is moeilijk. Rijk zijn zonder arrogant te worden is makkelijk.

 

 


子曰

貧而無怨難,

富而無驕易。


🧧

 


Confucius sprak over een bepaalde politicus:

 

Hij is gepast als adviseur, maar niet als minister.

 


子曰

孟公綽,

為趙魏老則優,

不可以為滕薛大夫。


🧧

 


Nu was er een leerling die Confucius vroeg wat er iemand compleet maakt.


Wat Confucius zei:

Neem nu iemand die kennis bezit, vrij is van begeerte, dapper en moedig is van inborst, iemand met die zich respectvol gedraagt en muzikaal aangelegd is.

 

Zo iemand durf ik wel compleet noemen.


Maar wat is het nut van een compleet persoon de dag van vandaag?

 

Eigenlijk is iemand die alleen denkt aan plichten bij het handelen in persoonlijk profijt;

Die bereid is te sterven bij het handelen van gevaar;

Die geen enkele afspraak vergeet, hoe lang geleden ook;

Zo iemand verdient het ook om een complete mens genoemd te worden.

 


子路問成人。

 

子曰

若臧武仲之知,

公綽之不欲,

卞莊子之勇,

冉求之藝,

文之以禮樂,

亦可以為成人矣。

 

曰

今之成人者何必然?

 

見利思義,

見危授命,

久要不忘平生之言,

亦可以為成人矣。


🧧

 


Confucius vroeg aan een kabinetslid:

 

Is het waar dat de minister niet spreekt, niet lacht en niets kiest?

 
Het kabinetslid zei:

 

Dat zijn overdrijvingen.

Het is zo dat een goede minister alleen spreekt wanneer nodig, zodat niemand het beu wordt te luisteren.

En alleen lacht wanneer er reden toe is, zodat niemand het beu wordt het te horen.

En alleen kiest wanneer het gepast is om iets te kiezen, zodat niemand de keuzes beu worden.

 

Confucius zei:
Dus zo werkt dat, en geraakt niemand dat beu?

 


子問公叔文子於公明賈曰

信乎夫子不言、

不笑、

不取乎?

 

公明賈對曰

以告者過也。

 

夫子時然後言,

人不厭其言;

樂然後笑,

人不厭其笑;

義然後取,

人不厭其取。

 

子曰

其然,

豈其然乎?


🧧



Wat Confucius zei:

 

Toen de hertog verbannen werd, bezette hij onderweg terug het land van zijn ouders en verplichtte de heerschappij terug te schenken aan zijn familie.

 

Dit schenken wordt niet gezien als dwang, maar ik vind van wel.

 


子曰

臧武仲以防求為後於魯,

雖曰不要君,

吾不信也。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

De ene hertog is beramend en onoprecht.

De ander is oprecht en beraamt niets.

 


子曰

晉文公譎而不正,

齊桓公正而不譎。


🧧

 


Een leerling zei:

Toen de hertog de broer van de eerste minister ter dood had veroordeeld, stierf een van de ministers wanneer hij hem probeerde te redden.

De eerste minister zelf deed niets.

Dat kan je toch niet goedkeuren?

 

Confucius zei:

Het is door de hulp van de eerste minister dat de hertog in staat was de negen heren samen te brengen en zo het volledige keizerrijk te herenigen en te redden.

 

Hoeveel menselijkheid zit daar niet in? Enorm!

 


子路曰

桓公殺公子糾,

召忽死之,

管仲不死。

 

曰

未仁乎?

 

子曰

桓公九合諸侯,

不以兵車,

管仲之力也。

 

如其仁!

如其仁!


🧧

 


Een leerling zei:

Ik heb echt niet de indruk dat de eerste minister goed is van inborst, hoor.

Wanneer de hertog zijn broer ter dood had veroordeeld, deed hij niets. Erger nog, hij werd daarna zelfs aangesteld als premier.


Wat Confucius zei:

Hij werd premier onder de hertog, werd leider onder alle ministers en bracht het hele koninkrijk samen in eenheid.

Tot op de dag van vandaag genieten ontelbare mensen van alle voordelen hiervan.

Als hij er niet was geweest, dan ploeterden we nog in de modder en heerste nog steeds de wet van de sterkste.

 

Had je liever dat hij toen zijn eigen leven had genomen ergens in een gracht, zoals de gewoontes zijn onder het gewone volk?

 


子貢曰

管仲非仁者與?

 

桓公殺公子糾,

不能死,

又相之。

 

子曰

管仲相桓公,

霸諸侯,

一匡天下,

民到于今受其賜。

 

微管仲,

吾其被髮左衽矣。

 

豈若匹夫匹婦之為諒也,

自經於溝瀆,

而莫之知也。


🧧

 


Een politicus werkte als adviseur in de regering van een lokale hertog.

 

Later kreeg hij een hoge staatsfunctie, gelijk met de hertog.

 

Toen Confucius hiervan hoorde zei hij:

 

Een goed gekozen naam heeft hij.

“Wen”, de volleerde.

 


公叔文子之臣大夫僎,

與文子同升諸公。

 

子聞之曰

可以為文矣。


🧧

 


Confucius sprak over de slechte aanpak van een hertog.


Een leerling zei:

Hoe is het mogelijk dat het land van de Hertog niet instort, met zijn gedrag?


Wat Confucius zei:

Zhong Shu Yu houdt toezicht op gasten en publieke relaties, Tuo staat in voor het regelen van alle zaken rond de voorouderlijke tempel en Wang Sun Jia overziet alle militaire zaken;

Hoe kan een land instorten met zo’n bekwame ministers?

 


子言衛靈公之無道也,

康子曰

夫如是,

奚而不喪?

 

孔子曰

仲叔圉治賓客,

祝鮀治宗廟,

王孫賈治軍旅。

 

夫如是,

奚其喪?


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Spreken zonder bescheidenheid maakt het moeilijk een goede boodschap te brengen.

 


子曰

 

其言之不怍,

則為之也難。


🧧

 


Wanneer de hertog van de buurstaat werd vermoord in een aanslag, nam Confucius het rituele bad, ging naar het hof en informeerde zijn hertog ervan.


Wat Confucius zei:

De eerste minister heeft zijn hertog vermoord.

Ik smeek dat U hem straft.


De hertog zei:

Informeer de hoofden van de drie families.


Confucius antwoordde:

Het is mijn plicht om U hiervan de hoogte te brengen omdat ik de hoge raad van ministers dien.

Nu zegt U mij ‘Informeer de hoofden van de drie families’?


Confucius trok zich daarop terug en trok naar de drie families, die weigerden om actie te ondernemen.


Wat Confucius zei: Het is mijn plicht om U hiervan op de hoogte te brengen omdat ik de hoge raad van ministers dien.

陳成子弒簡公。

 

孔子沐浴而朝,

告於哀公曰

陳恆弒其君,

請討之。

 

公曰

告夫三子!

 

孔子曰

以吾從大夫之後,

不敢不告也。

 

君曰告夫三子者。

之三子告,

不可。

 

孔子曰

以吾從大夫之後,

不敢不告也。


🧧


Een leerling vroeg hoe men een heerser moet dienen.


Wat Confucius zei:

Wees trouw en wees alleen oneens met hem in zijn aanwezigheid.

 


子路問事君。

 

子曰

勿欺也,

而犯之。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Mensen die belang hechten aan fatsoen beïnvloeden zij die boven hen staan.

 

Mensen die gemeen zijn beïnvloeden mensen die onder hen staan.


子曰

君子上達,

小人下達。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Vroeger studeerden mensen om zichzelf te overwinnen.

 

Tegenwoordig studeren mensen om elkaar te overwinnen.

 


子曰

古之學者為己,

今之學者為人。


🧧

 


Een hertog stuurde zijn boodschapper naar Confucius.


Confucius ontving hem en vroeg:

Waar is uw meester allemaal mee bezig?


De boodschapper antwoordde:

Mijn meester staat te popelen om zijn fouten recht te zetten, want hij is daar nog niet in geslaagd.


Wanneer de boodschapper terug vertrok, zei Confucius:

Wat een boodschapper!

Wat een boodschapper!

 


蘧伯玉使人於孔子。

 

孔子與之坐而問焉,

曰

夫子何為?

 

對曰

夫子欲寡其過而未能也。

 

使者出。

 

子曰

使乎!

使乎!


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Blijven speculeren en moeien in zaken die buiten uw functie liggen, is niet uw plicht.


De filosoof Zeng zei:

 

Een vervolmaakte mens gaat zelfs in gedachten die eindeloze weg niet op.

 


子曰

不在其位,

不謀其政。

 

曾子曰

君子思不出其位。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

De vervolmaakte mens converseert in bescheidenheid, maar zijn daden zijn luid.

 


子曰

君子恥其言而過其行。


🧧

 


Wat Confucius zei:

De vervolmaakte mens bewandelt een drievoudig pad waar ik niet aan kan tippen.

 

Deugdzaamheid bevrijdt hen van alle soorten paniek en bezorgdheden; wijsheid bevrijdt hen van verwarring; moed bevrijdt hen van alle angsten.


Een leerling zei:

Maar meester, dat ís uw pad!

 


子曰

君子道者三,

我無能焉:

仁者不憂,

知者不惑,

勇者不懼。

 

子貢曰

夫子自道也。


🧧

 


Een leerling bleef maar mensen vergelijken en bekritiseren.


Wat Confucius zei:

 

Hoe geweldig dat leerling Kung zichzelf volledig heeft overmeesterd, zodanig dat hij tijd heeft voor zulke zaken.

 

Ikzelf heb nog niet zoveel geluk!

 


子貢方人。

 

子曰

賜也賢乎哉?

 

夫我則不暇。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Ik ben niet bezorgd over mijn nalatenschap, ik maak me eerder zorgen over hoe ik mezelf tekortschiet.

 


子曰

不患人之不己知,

患其不能也。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Iemand die onbewogen is door misleiding of schijnheiligheid;

Niet op voorhand zit na te denken of zijn woorden wel of niet geloofd zullen worden en er toch mee om kan wanneer het voorkomt;

Is dat geen volmaakt persoon?


子曰

不逆詐,

不億不信。

 

抑亦先覺者,

是賢乎!


🧧

 


Iemand zei tot Confucius:

 

Waarom blijf je zo vaag?

Je laat ruimte over voor vleierij.

 

Confucius:
Je weet dat ik bij vleierij nooit in de buurt kom, ik wordt er zelf ziek van.


微生畝謂孔子曰

丘何為是栖栖者與?

 

無乃為佞乎?

 

孔子曰

非敢為佞也,

疾固也。


🧧

 


Wat Confucius zei:

Een paard noemen kunnen we een legendarische Ji noemen;

Niet alleen omdat die zo sterk is, maar omwille van zijn integriteit.    

 


子曰

驥不稱其力,

稱其德也。


🧧

 


Iemand zei tot Confucius:

 

Wat zeg je van het principe dat men afgunst moet beantwoorden met integriteit?       


Wat Confucius zei:

 

En waarmee zal men dan integriteit beantwoorden?

 

Beantwoord afgunst met rechtvaardigheid en beantwoord integriteit met integriteit. 

 


或曰

以德報怨,

何如?

 

子曰

何以報德?

 

以直報怨,

以德報德。


🧧

 


Confucius zei eens:

Niemand heeft mij echt volledig begrepen!


Een leerling zei:

Hoe bedoel je?


Wat Confucius zei:

Ik ben niet bitter tegenover de Hemel.

Ik ben ook niet bitter tegenover de mensen.

 

Met bescheiden studies heb ik al zoveel mogen doorgronden.

Maar het is de Hemel die mij doorgrondt.

 


子曰

莫我知也夫!

 

子貢曰

何為其莫知子也?

 

子曰

不怨天,

不尤人。

 

下學而上達。

 

知我者,

其天乎!


🧧

 


Een van de leerlingen van Confucius werd met laster en roddels ten schande gemaakt.

 

Iemand vertelde dit aan Confucius, zeggende:

 

Zelfs U bent misleid geweest, Meester.

Ik zou hem moeten uitleveren om aan de schandpaal voor criminelen te worden vastgebonden.


Wat Confucius zei:

 

Als de Weg gerespecteerd is in dit alles, dan is dat het lot.

 

Als de Weg niet werd gevolgd, is dat ook het lot.

 

Wie kan het lot veranderen?

 


公伯寮愬子路於季孫。

 

子服景伯以告,

曰

夫子固有惑志於公伯寮,

吾力猶能肆諸市朝。

 

子曰

道之將行也與?

 

命也。

 

道之將廢也與?

 

命也。

公伯寮其如命何!


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Sommige wijzen verlaten hun samenleving.

 

Andere wijzen verlaten hun thuisland.

 

Sommige wijzen verlaten uiterlijke dingen.

 

En nog andere wijzen verlaten woorden.

 

Zo zijn er nog maar zeven geweest.

 


子曰

賢者辟世,

其次辟地,

其次辟色,

其次辟言。

 

子曰

作者七人矣。


🧧

 


Een leerling sliep in de stad en de ene poortwachter van de stenen poort zei tegen hem:

Van waar kom jij?


De leerling zei:

Van Meester Kong.


De andere poortwachter zei:

Dé Meester Kong, Confucius?

Hij die weet dat het hopeloos is, maar toch blijft doorzetten?

 


子路宿於石門。

 

晨門曰

奚自?

 

子路曰

自孔氏。

 

曰

是知其不可而為之者與?


🧧

 


Op een dag was Confucius aan het spelen op de muzikale stenen wanneer een meneer met een mand van stro langs de open deur passeerde.


Hij zei:

Enkel iemand met passie in het hart kan zo’n muziek spelen.


Zoveel dringendheid, zo’n koppige volharding.

Zelfs als niemand het kan vatten, dat maakt niet uit.
Als het diep is – ga erdoor met kleren en al.
Als het ondiep is – hef je kleren op en steek over.

 

Confucius riep:
Natuurlijk! Het is niet moeilijk!

 


子擊磬於衛。

 

有荷蕢而過孔氏之門者,

曰

有心哉!

擊磬乎!

 

既而曰

鄙哉!

硜硜乎!

 

莫己知也,

斯己而已矣。

 

深則厲,

淺則揭。

 

子曰

果哉!

末之難矣。


🧧

 


Een leerling vroeg:

 

In de Geschiedenissen staat te lezen dat minister Gao Zong na de keizerlijke begrafenis zich drie jaar terugtrok en geen woord sprak.

 

Wat bedoelen ze hiermee?


Confucius zei:

 

Waarom heeft iedereen het altijd over Gao Zong’s driejarige stilte?

 

Dit was vroeger de standaard voor iedereen.

 

Wanneer een heerser stierf kwamen alle minister samen.

 

Ze gaven hun verantwoordelijkheden over aan de premier, die het drie jaar lang opnam in hun plaats.

 


子張曰

書云高宗諒陰,

三年不言。

 

何謂也?

 

子曰

何必高宗,

古之人皆然。

 

君薨,

百官總己以聽於冢宰,

三年。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Wanneer leiders de rites deftig beheren, dan zijn de zaken van het volk ook makkelijk te beheren.

 


子曰

上好禮,則民易使也。


🧧

 


Een leerling vroeg:

Waaruit bestaat de vervolmaakte mens?


Confucius zei:

De eigen zelf cultiveren terwijl je de ander vrede brengt.


De leerling zei:

Is dat alles? Jezelf cultiveren en anderen rust brengen?

 

Andere leerlingen riepen ook:
Is dat alles?


Wat Confucius zei:

Een vervolmaakt mens cultiveert zichzelf zodat hij of zij rust kan geven aan anderen.

 

Als jij jezelf cultiveert en vrede brengt naar mensen, hoe kan je nog iemand in de steek laten?

 


子路問君子。

 

子曰

脩己以敬。

 

曰

如斯而已乎?

 

曰

脩己以安人。

 

曰

如斯而已乎?

 

曰

脩己以安百姓。

 

脩己以安百姓,

堯舜其猶病諸!


🧧

 


Een leerling was hurkend aan het wachten op Confucius.


Confucius zag hem en zei:

 

Jong en onbeleefd;

Volwassen en niets bereikt;

Oud maar niet ouder willen worden;

Zo’n mensen zijn een plaag.


En hij klopte met zijn wandelstok tegen de schenen van de leerling.

 


原壤夷俟。

 

子曰

幼而不孫弟,

長而無述焉,

老而不死,

是為賊!

 

以杖叩其脛。


🧧

 


Een jonge dorpeling ging werken in dienst van Confucius als boodschapper.


Iemand vroeg Confucius naar de jongeman:

 

Boekt hij vooruitgang?

 


Wat Confucius hierover zei:

 

Ik merk dat hij graag in de grote zetels gaat zitten, ik merk ook dat hij graag meeloopt met de oudere leerlingen.

 

Hij is duidelijk niet iemand die vooruitgang wilt boeken in het studeren.

 

Hij wilt nu al volwassen zijn.

 


闕黨童子將命。

 

或問之曰

益者與?

 

子曰

吾見其居於位也,

見其與先生並行也。

 

非求益者也,

欲速成者也。


🧧