Clark Gillian Website

Wat Confucius tot slot allemaal zei.

De analecten van Confucius.
Boek 17.
De adviseurs.



🧧



De regent wou Confucius bezoeken.

Confucius weigerde echter om hem te ontvangen.

 

Daarom stuurde de regent een cadeau naar Confucius: een biggetje.

 

Op een moment dat de regent niet thuis was, was Confucius van plan daar de gebruikelijke dankbetuiging te doen.

 


Hij kwam de regent zelf echter toevallig onderweg op straat tegen.

 

De regent zei:
Kom, ik moet met U spreken!

Is het deugdelijk te noemen wanneer iemand vele schatten beschermt terwijl het land uiteenvalt?


Confucius:

Neen.

 

De regent vroeg:
En als er iemand verlangt naar een publiek leven, maar de kans glipt elke keer opnieuw weer weg, kunnen we dat wijs noemen?


Confucius:

Neen.

 

De regent zei daarop tegen Confucius:
Dagen en maanden stromen voorbij.

De jaren wachten niet op ons.


Wat Confucius zei:

Goed, ik zal bij U in functie treden.

 


陽貨欲見孔子,

孔子不見,

歸孔子豚。

 

孔子時其亡也,

而往拜之,

遇諸塗。

 

謂孔子曰

來!

 

予與爾言。

 

懷其寶而迷其邦,

可謂仁乎?

 

不可。

 

好從事而亟失時,

可謂知乎?

 

不可。

日月逝矣,

歲不我與。

 

孔子曰

諾。

 

吾將仕矣。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

In essentie zijn alle mensen dezelfde;

Het is pas in de praktijk dat ze grote verschillen beginnen te vertonen.


子曰

 

性相近也,習相遠也。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

De enige mensen die compleet onwrikbaar zijn:

De hoogste wijzen en de laagste onwetenden. 

 


子曰

 

唯上知與下愚不移。


🧧

 


Confucius ging naar een provincie waar een van zijn oud-leerlingen in het bestuur zat.

 

Aangekomen, hoorde hij getokkel op een instrument en zangstemmen.

 

Met een grote glimlach genoot hij ervan en zei tot zijn leerlingen:

Waarom een ossenmes gebruiken om gevogelte te slachten?


Een leerling antwoordde:

Ik heb U vroeger wel eens horen zeggen dat wanneer er iemand met een hoge functie goed is onderwezen, hij van de mensen houdt.

En wanneer er iemand met een lage functie goed is onderwezen, hij meegaand is in zijn werk.


Wat Confucius zei:

Wat je zegt klopt inderdaad: ik heb dat ooit eens gezegd.

Maar dat was natuurlijk als grap bedoeld.

 


子之武城,

聞弦歌之聲。

 

夫子莞爾而笑,

割雞焉用牛刀?

 

子游對曰

昔者偃也聞諸夫子曰

君子學道則愛人,

小人學道則易使也。

 

子曰

二三子!

 

偃之言是也。

前言戲之耳。



🧧

 


Wanneer een generaal de hoofdstad had ingenomen tijdens een staatsgreep, gebood hij Confucius om naar zijn hof te komen.

 

Confucius was geneigd om te gaan.

 

Een leerling was niet akkoord en zei:

Dat kan toch niet?

Waarom moet je per se bij de generaal gaan?


Wat Confucius zei:

Het zal niet voor niets zijn dat hij mij uitnodigt.

En als hij me echt in wilt zetten, is dit niet een kans voor de gouden dynastie?

 


公山弗擾以費畔,

召,

子欲往。

 

子路不說,

末之也已,

何必公山氏之之也。

 

子曰

夫召我者而豈徒哉?

 

如有用我者,

吾其為東周乎?



🧧

 


Een leerling vroeg naar menselijkheid, en Confucius zei daarop:

 

In essentie, vijf dingen.

 

Als je ze kan inzetten in alles wat je in de wereld doet, dan heb je volledige menselijkheid bereikt.


En de leerling vroeg wat ze waren.


Wat Confucius zei:

 

Gewichtigheid,

vrijgevigheid,

eerlijkheid,

oprechtheid,

vriendelijkheid.

 

Met gewichtigheid, trek je respect aan.

Met vrijgevigheid, zal je het meeste vergaren.

Met eerlijkheid, trek je vertrouwen aan.

Met oprechtheid, trek je succes aan.

Met vriendelijkheid is het makkelijk samen te werken.

 


子張問仁於孔子。

 

孔子曰

能行五者於天下,

為仁矣。

 

請問之。

 

恭、

寬、

信、

敏、

惠。

 

恭則不侮,

寬則得眾,

信則人任焉,

敏則有功,

惠則足以使人。



🧧

 


Confucius werd ontboden aan het hof van de regent en hij maakte zich klaar om te gaan.


Een van zijn leerlingen sprak hem aan: Meester, ik heb U vroeger horen zeggen dat een bewust persoon de grond niet betreed van iemand die bewust kiest voor het slechte pad.

 

De regent zit op de troon omwille van een staatsgreep en breidt uit door andere steden in te nemen.

Wat zullen mensen zeggen als je naar hem toe gaat?


Wat Confucius:

Ja dat klopt, die woorden heb ik inderdaad gebruikt.

 

Maar ken je de uitspraken:
Te hard om te slijpen;

Zo schitterend dat modder het nog niet kan vervagen?


Zal ik niet de bittere kalebas zijn die weggehangen wordt, zonder ooit te worden opgegeten?


佛肸召,

子欲往。

 

子路曰

昔者由也聞諸夫子曰

親於其身為不善者,

君子不入也。

 

佛肸以中牟畔,

子之往也,

如之何!

 

子曰

然。

 

有是言也。

 

不曰堅乎,

磨而不磷;

不曰白乎,

涅而不緇。

 

吾豈匏瓜也哉?

焉能繫而不食?




🧧

 


Confucius zei eens tot een leerling:

Heb je al gehoord van de zes uitspraken en de zes vallen?


De leerling zei:

Nee, nog niet.


Confucius zei:

Zit neer, dan vertel ik het.

 

De drang naar menselijkheid zonder de drang om te leren, dat is de val van dwaasheid.

De drang naar wijsheid zonder de drang om te leren,
leidt tot de val van losbandige gedachten.

De drang naar oprechtheid zonder de drang om te leren,
leidt tot de val van gevaarlijke uitvluchten.

De drang naar rechtuit zijn, zonder de drang om te leren,
leidt tot de val van brutaliteit.

De drang naar moed, zonder de drang om te leren,
leidt tot de val van verwarde spijt.

De drang naar kracht, zonder de drang om te leren,
leidt tot de val van roekeloosheid.




子曰

由也,

女聞六言六蔽矣乎?

 

對曰

未也。

 

居!

吾語女。

 

好仁不好學,

其蔽也愚;

好知不好學,

其蔽也蕩;

好信不好學,

其蔽也賊;

好直不好學,

其蔽也絞;

好勇不好學,

其蔽也亂;

好剛不好學,

其蔽也狂。



🧧


 


Wat Confucius zei:

 

Kinderen, studeer alstublieft de Boek der Oden.

 

Op de Oden kan je mediteren.

 

Aan de hand van de Oden kan je inspireren.

 

Met de Oden kan je negativiteit overwinnen.

 

En je kan eruit leren hoe je uw dierbaren kan helpen;

Hoe je het beste naar iets toe kan werken.

 

En daarnaast zit het bomvol met namen van vogels,
beesten en planten.


子曰

小子!

 

何莫學夫詩?

 

詩,

可以興,

可以觀,

可以群,

可以怨。

 

邇之事父,

遠之事君。

 

多識於鳥獸草木之名。

 


🧧



Confucius vroeg een leerling:

Heb je al de Zhounan en de Shaonan uitgelezen?

 

Voelt het niet alsof je voorheen altijd met je neus tegen een muur stond?

 


子謂伯魚曰

女為周南、

召南矣乎?

 

人而不為周南、

召南,

其猶正牆面而立也與?


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Ceremonie! Ceremonie!

 

Denk je dat ik het alleen maar heb over jade en zijde?

 

Muziek! Muziek!

 

Denk je dat ik het altijd maar heb over klokken en trommels?

 


子曰

禮云禮云,

玉帛云乎哉?

 

樂云樂云,

鐘鼓云乎哉?


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Sommige mensen doen zich voor als oprecht en standvastig maar zijn vanbinnen lafaards.

 

Zij verschillen uiteindelijk niet veel van kleingeestigen.

 

Zijn zo’n mensen niet net als een dief die ‘s nachts inbreekt en over de muren klimt?

 


子曰

色厲而內荏,

譬諸小人,

其猶穿窬之盜也與?

 


🧧



Wat Confucius zei:

 

Een bescheiden dorpeling is de dief van deugdelijkheid.

 


子曰

 

鄉原,

德之賊也。



🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Van de Weg gehoord hebben, maar daarover alleen tussen de soep en de patatten over praten, is simpelweg deugd weggooien.

 


子曰

 

道聽而塗說,

德之棄也。



🧧

 


Wat Confucius eens zei:

 

Wat een verschrikkelijke collega’s.

 

Onmogelijk is het om daar samen iets mee te bereiken!

 

Ze zijn constant enkel maar bezig met wat ze zelf willen.

 

En wanneer ze het krijgen, dan maken ze zich daar constant zich zorgen erover, en zijn tot alles in staat om het te bewaken.

 


子曰

鄙夫!

 

可與事君也與哉?

 

其未得之也,

患得之;

既得之,

患失之。

 

苟患失之,

無所不至矣。



🧧

 


Wat Confucius zei:

 

In de oude tijden had een mens maximaal drie zwakheden;

Tegenwoordig is het moeilijk iemand te vinden met evenveel zwakheden als minimum.


Vroeger kon je aan de kleine dingen merken als er iemand hautain zou zijn; Tegenwoordig heeft het compleet vrij spel.


Vroeger werd fatsoen gezien als karaktervol; Vandaag wordt uitgebreid ruziemaken gezien als karakter.


Te rechtuit zijn was vroeger een teken van een laag niveau, vandaag is het nog lager gezonken naar rechtstreekse misleiding.

 


子曰

古者民有三疾,

今也或是之亡也。

 

古之狂也肆,

今之狂也蕩;

古之矜也廉,

今之矜也忿戾;

古之愚也直,

今之愚也詐而已矣。



🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Klinkende woorden en lonkende ogen;

Zo’n mensen zijn zelden deugdelijk.

 


子曰

 

巧言令色,

鮮矣仁。



🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Ik verafschuw dat het ceremoniële rood vervangen wordt door het minder schitterende paars.

 

Ik verafschuw dat de nieuwerwetse muziek de oude muziek verdringt.

 

Ik verafschuw scherpe tongen die onbekwame families zomaar allerlei functies en posities schenken.

 


子曰

惡紫之奪朱也,

惡鄭聲之亂雅樂也,

惡利口之覆邦家者。



🧧

 


Wat Confucius zei:

Ik zou liever niets meer zeggen.


Een leerling zei daarop:

Maar als je niet meer spreekt, hoe kunnen wij leerlingen dan notities maken?


Confucius antwoordde:

Hoor je soms de Hemel ooit een woord spreken?

 

En toch gaan de vier seizoenen door, en de natuur blijft zichzelf vernieuwen en dat terwijl de hemel niets moet uitspreken!

 


子曰

予欲無言。

 

子貢曰

子如不言,

則小子何述焉?

 

子曰

天何言哉?

 

四時行焉,

百物生焉,

天何言哉?



🧧

 

 


Een hertog stuurde een boodschapper om Confucius te halen voor advies aan het hof.

 

Nu liet Confucius de boodschapper terug wegsturen met het excuus dat hij te ziek was om mee te gaan.


Toch nam hij zijn luit wanneer de boodschapper terug de deur uit ging en begon te zingen,
zodanig dat hij het kon horen.


孺悲欲見孔子,

孔子辭以疾。

 

將命者出戶,

取瑟而歌。

 

使之聞之。


🧧

 


Een leerling sprak eens met Confucius over de driejarige rouwperiode en vond één jaar al ruim voldoende, zeggende:

 

Als een deugdelijke mens meer dan drie jaar geen etiquette naleeft, zal de gewoonte verloren gaan.

 

Als de deugdelijke mens drie jaar lang geen muziek meer speelt, dan zal er muziek verloren gaan.

 

In die tijd is het oude graan rot op,
het nieuwe graan is al aan het ontspruiten en het lentefeest wordt na een tijd verward met het wintervuur.

 

Een jaar moet toch al voldoende zijn?


Wat Confucius zei:

Ben je het ondertussen gewoon de fijnste rijst te eten en fijn brokaat te dragen?


De leerling zei:

Ja, ik ben het gewoon.

 

Confucius zei:
Geniet ervan. Want een bewust persoon kan tijdens de rouw niet genieten van eten, noch genieten van muziek.

 

Ze voelen zich niet meer comfortabel in hun eigen huis en daarom eten ze geen heerlijke rijst meer of dragen ze geen brokaat.
Maar als jij je goed voelt in je vel, geniet er vooral van.

 

Wanneer de leerling terug was vertrokken zei Confucius nog over de zaak:

 

Hoe onmenselijk, die uitspraken.

 

Een kind blijft ook ten minste drie eerste levensjaren in de armen van de ouders.

 

Deze drie jaar wordt in heel het keizerrijk gerespecteerd.

 

Heeft hij ook niet genoten van die drie jaar van ouderlijke liefde?


宰我問

三年之喪,

期已久矣。

 

君子三年不為禮,

禮必壞;

三年不為樂,

樂必崩。

 

舊穀既沒,

新穀既升,

鑽燧改火,

期可已矣。

 

子曰

食夫稻,

衣夫錦,

於女安乎?

 

安。

 

女安則為之!

 

夫君子之居喪,

食旨不甘,

聞樂不樂,

居處不安,

故不為也。

 

今女安,

則為之!

 

宰我出。

 

子曰

予之不仁也!

 

子生三年,

然後免於父母之懷。

 

夫三年之喪,

天下之通喪也。

 

予也,

有三年之愛於其父母乎?


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Het is moeilijk om te gaan met mensen die de hele dag niets anders doen dan zichzelf volproppen met eten zonder hun geest toe te passen.


Er is toch go en het schaakspel?

 

Dat is zelfs beter dan helemaal niets doen.

 


子曰

飽食終日,

無所用心,

難矣哉!

 

不有博弈者乎,

為之猶賢乎已。


🧧

 


Een leerling vroeg:

De bewuste mens respecteert moed, toch?


Wat Confucius zei:

Boven alles respecteert de bewuste mens zijn plichten.

 

Wees bewust dat moed zonder plichtsgevoel enkel maar leidt tot ongeleide projectielen.

 

In onbewuste mensen leidt moed zonder plichtsgevoel tot diefstal.

 


子路曰

 

君子尚勇乎?

 

子曰

君子義以為上。

 

君子有勇而無義為亂,

小人有勇而無義為盜。


🧧

 


Een leerling vroeg:

Is er dan niets wat een bewust persoon verafschuwt?


Wat Confucius zei:

Jawel, er zijn enkele dingen.


Een bewust persoon verafschuwt mensen die slecht spreken over anderen,
mensen die omwille van een lage positie de hogere lasteren,
mensen die vol overgave de ruimte van anderen niet respecteren,
mensen die vastberaden zijn om zich te mengen,
maar een benepen en beperkt begrip hebben.


En jij, leerling, heb jij dingen die je verafschuwt?

 

De leerling antwoordde:

Ik verafschuw wanneer mensen tweedehands informatie aan hun eigen wijsheid toeschrijven.

 

En ik verafschuw mensen die denken dat geroddel hetzelfde is als openhartig zijn.


子貢曰

君子亦有惡乎?

 

子曰

有惡

惡稱人之惡者,

惡居下流而訕上者,

惡勇而無禮者,

惡果敢而窒者。

 

賜也亦有惡乎?

 

惡徼以為知者,

惡不孫以為勇者,

惡訐以為直者。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Er zijn zo van die mensen die, wanneer je te dicht komt, te familiair worden en daarna onbeleefd.

 

Maar als je te veel afstand houdt, verbolgen worden.

 


子曰

唯女子與小人為難養也,

近之則不孫,

遠之則怨。


🧧

 


Wat Confucius nog zei:

 

Eens iemand de kaap van veertig jaar heeft overschreden, en nog steeds enkel maar het slechte in de dingen ziet, zal voor altijd zo blijven.


子曰

 

年四十而見惡焉,

其終也已。


🧧