Clark Gillian Website

Wat Confucius allemaal zei.

De analecten van Confucius.
Boek 9.
Waar de meester zelden over sprak.


🧧


Confucius sprak bijna nooit over het lot, dingen in uw voordeel te laten werken, of het toppunt van deugd.

 


子罕言利,

與命,

與仁。


🧧

 


Nu was er een dorpeling die zei:

 

Confucius is echt fantastisch, zo ongelooflijk geleerd is hij terwijl hij geen enkel kampioenschap heeft gewonnen.


Toen Confucius dit hoorde zei hij tot zijn leerlingen:

 

Misschien moet ik mij dan toeleggen op één van de zes kunsten om door te breken.

 

Welke zal ik nemen? Paardrijden of boogschieten?

 

Ik denk… boogschieten!

 


達巷黨人曰

 

大哉孔子!

 

博學而無所成名。

 

子聞之,

 

謂門弟子曰

 

吾何執?

執御乎?

執射乎?

 

吾執御矣。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

In het Boek der Rituelen staat te lezen dat we een linnen baret moeten dragen tijdens de ceremonies, maar dit heeft men nu verandert in zijde.

 

Een linnen baret is zuiniger, daarom blijf ik die liever dragen.


In het boek der Rituelen staat te lezen dat men moet buigen vooraleer trappen te beklimmen, maar nu komt de buiging nadat men de trappen heeft beklommen.

 

Zo arrogant om tegen de voorgeschreven rituelen in te gaan.

 

Ik blijf buigen onderaan de grote trap.

 


子曰

 

麻冕,

禮也;

今也純,

儉。

 

吾從眾。

 

拜下,

禮也;

今拜乎上,

泰也。

 

雖違眾,

吾從下。


🧧

 


De vier dingen waarvan Confucius volledig vrij stond:

 

Speculeren,

Vooroordelen,

Koppigheid,

Egoïsme.

 


子絕四

 

毋意,

毋必,

毋固,

毋我。


🧧

 


Nu was het zo dat Confucius een aanslag overleefde.

 

Hij zei later tot zijn leerlingen daarover:

 

Als de hemel het zo had beslist dat de cultuur van de oude Keizers zou eindigen, dan zou ook de cultuur gestorven zijn wanneer de Keizers stierven.

 

Maar cultuur leeft nog voort in ons, waarom zou ik moeten vrezen als ik al dan niet sterf?

 


子畏於匡。

 

曰

 

文王既沒,

文不在茲乎?

 

天之將喪斯文也,

後死者不得與於斯文也;

天之未喪斯文也,

匡人其如予何?


🧧

 


Een hoog bestuurslid vroeg aan een van Confucius leerlingen:

 

Het is opmerkelijk dat uw Meester zo wijs is, en tegelijk toch veel dingen ook praktisch kan aanpakken.


De leerling zei daarop:

 

Ja, hij is echt een van de grote wijzen en het klopt dat hij onderweg vele praktische dingen heeft moeten leren.


Wanneer Confucius hiervan hoorde, zei hij:

 

Niet veel mensen uit het hoog bestuur merken dit op.

 

Wanneer ik jong was, kwam ik uit een bescheiden familie, een arme familie, daarom weet ik mij ook te behelpen met vele praktische zaken.

 

Zaken waar mensen uit comfortabele kringen nooit bij stilstaan.

 


大宰問於子貢曰

 

夫子聖者與?

 

何其多能也?

 

子貢曰

 

固天縱之將聖,

又多能也。

 

子聞之曰

 

大宰知我乎!

 

吾少也賤,

故多能鄙事。

 

君子多乎哉?

 

不多也。

 

🧧


Leerling Lao zei over Confucius:

 

Hij weet zoveel over zoveel dingen omdat hij ook nooit tewerk is gesteld geweest in uitsluitend één discipline.

 


牢曰

 

子云,

吾不試,

故藝。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Is het wel zo dat ik veel weet?

 

Ik weet niet veel.

 

Als iemand zonder verstand van zaken mij iets vraagt, dan spreid ik even goed de hele kwestie uit van het ene uiteinde tot het andere uiterste en put er alles uit wat er uit te halen valt.

 


子曰

 

吾有知乎哉?

無知也。

 

有鄙夫問於我,

空空如也,

我叩其兩端而竭焉。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

De feniks is niet gekomen, en ook het patroon van het mythologische drakenpaard heeft zich niet afgetekend in de Gele rivier.

 

Dit is het einde voor mij!

 


子曰

 

鳳鳥不至,

河不出圖,

吾已矣夫!


🧧

 


Wanneer Confucius iemand zag in rouwkledij, of in vol ritueel ornaat, of iemand die blind was;

 

Wanneer hij hen zag afkomen, ging hij in alle respect voor hen rechtstaan – zelfs al waren ze jonger dan hem – en als hij ze moest passeren, dat deed hij dat snel om ze alle ruimte te geven.

 


子見齊衰者、

冕衣裳者與瞽者,

見之,

雖少必作;

過之,

必趨。


🧧

 


Een van de leerlingen zei in alle bewondering voor de leer van Confucius:

 

Wanneer ik opkijk naar de leer, lijkt die hoger en hoger te worden;

Wanneer ik de leer probeer te doorgronden, lijkt die nog harder te worden;

Wanneer ik de leer vooropstel, lijkt die ineens achter mij te staan.


De Meester kan zijn leerlingen zo goed stap voor stap leiden.

 

Hij gebruikt cultuur om ons karakter te verbreden en ceremonie om ons de aarden.

 

Soms heb ik het gevoel dat ik het beter allemaal opgeef, maar dat kan ik niet.

 

Want wanneer het erop lijkt dat ik tegen de limiet van mijn kunnen aanloop, komt er ineens iets anders voor mij, iets plechtig en majestueus om te doorgronden.

 

En hoe ik die ook probeer te overmeesteren, het pad ernaartoe blijft steeds een prachtig mysterie.


顏淵喟然歎曰

 

仰之彌高,

鑽之彌堅;

瞻之在前,

忽焉在後。

 

夫子循循然善誘人,

博我以文,

約我以禮。

 

欲罷不能,

既竭吾才,

如有所立卓爾。

 

雖欲從之,

末由也已。


🧧

 


Op een dag viel Confucius zwaar ziek.

 

Een van de leerlingen had besloten dat ze allemaal samen zouden moeten komen om hem te verplegen, als officiële familie-functionarissen.

 

Wanneer Confucius zich goed genoeg voelde om te spreken, zei hij:

 

Je bedoelt het misschien goed, maar volgens de gebruiken heb ik geen recht op verpleging van officiële familiefunctionarissen.

 

De Hemel kent de gebruiken, hoe kan ik de Hemel misleiden?


Denk je dat ik niet liever de dood in de ogen staar, zelfs al staat mij geen grote staatsbegrafenis te wachten?

 


子疾病,

子路使門人為臣。

 

病閒曰

 

久矣哉!

 

由之行詐也,

無臣而為有臣。

 

吾誰欺?

欺天乎?

且予與其死於臣之手也,

無寧死於二三子之手乎?

 

且予縱不得大葬,

予死於道路乎?


🧧

 


Een leerling zei:

 

Ik heb een prachtige edelsteen.

 

Zal ik het opbergen in een doos en het bijhouden.

 

Of zal ik het verkopen voor een goede prijs?


Wat Confucius zei:

 

Verkoop het!

Verkoop het!

Maar wacht tot iemand er een goede prijs voor biedt!

 


子貢曰

 

有美玉於斯,

韞匵而藏諸?

 

求善賈而沽諸?

 

子曰

 

沽之哉!

沽之哉!

我待賈者也。


🧧

 


Confucius zei dat hij van plan was om te verhuizen naar de negen wilde stammen van het Oosten.

 

Iemand zei daarop:

 

Maar dat is zo’n compleet andere manier van leven, ben je zeker dat je dat aankan?


Wat Confucius zei:

 

Hoe zou iemand met karakter dat niet aan kunnen?

 


子欲居九夷。

 

或曰

 

陋,

如之何!

 

子曰

 

君子居之,

何陋之有?


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Ik ben teruggekomen en heb de juiste plekken gevonden voor de muziekstukken in de Koninklijke Liederen en de Lofliederen.

 


子曰

 

吾自衛反魯,

然後樂正,

雅頌各得其所。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

‘Uw familie onder het dak van je ouders,

De ouderen wanneer je op jezelf woont,

Niets aan het toeval overlaten in de rouw,

Nooit overmeesterd worden door wijn.’

 

Welke van deze dingen is nog moeilijk voor mij?

 


子曰

 

出則事公卿,

入則事父兄,

喪事不敢不勉,

不為酒困,

何有於我哉?


🧧

 


Confucius keek op een dag naar een rivier en zei:

 

Zoals dit gaat alles maar door.

Dag en nacht zonder ophouden.

 


子在川上曰

 

逝者如斯夫!

不舍晝夜。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Iemand die evenveel geniet van deugdzaamheid zoals hij of zij geniet van schoonheid ben ik nog nooit tegengekomen.

 


子曰

 

吾未見好德如好色者也。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Studeren is net als het maken van een berg.

 

Zelfs al stop ik omdat er nog maar één mand aarde ontbreekt om de berg af te maken, toch ben ik het die het proces heeft stopgezet.


En het is net als het vlak maken van een stuk land.

 

Zelfs al moet ik starten met één mand aarde om de hele oppervlakte gelijk te maken, toch ben ik het die het proces in gang heeft gezet.

 


子曰

 

譬如為山,

未成一簣,

止,

吾止也;

譬如平地,

雖覆一簣,

進,

吾往也。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Oh, wat een prachtig voorbeeld is deze student die niet alles zomaar aanneemt wat ik zeg.

 


子曰

 

語之而不惰者,

其回也與!


🧧

 


Over een oud-student zei Confucius:

 

Jammer,
ik zag hen zo’n grote vooruitgang maken,
helaas heb ik hen niet kunnen zien aftragen.

 


子謂顏淵曰

 

惜乎!

 

吾見其進也,

未見其止也。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Er zijn scheuten waar alleen het blad uit tevoorschijn springt,
zonder ooit te bloeien.

 

Er zijn scheuten die bloeien, zonder ooit vruchten te dragen!

 


 


子曰

 

苗而不秀者有矣夫!

秀而不實者有矣夫!


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Ook jongeren moeten respect krijgen.

 

Hoe weten we dat hun toekomst niet gelijk zal zijn aan ons heden?

 

Mensen met de leeftijd van veertig of vijftig zonder een verschil te hebben gemaakt, op dat punt zijn zij de bezorgdheid niet meer waard.

 


子曰

 

後生可畏,

焉知來者之不如今也?

 

四十、

五十而無聞焉,

斯亦不足畏也已。


🧧

 


Wat Confucius nog zei:

 

Men kan in opbouwende kritiek de waarde ervan inzien wanneer men beseft dat de betekenis ervan ligt in het werken aan onszelf.

 


Men kan in sterk advies de waarde ervan inzien wanneer men beseft dat de betekenis ervan ligt in het toepassen ervan. 


Als er iemand kritiek en advies hoort,
maar de armen niet durft uitstrekken;

Als iemand met alle plezier deze woorden erkent,
maar niet aan zichzelf werkt;

Dan kunnen we spreken van een verloren zaak.

 


子曰

 

法語之言,

能無從乎?

 

改之為貴。

 

巽與之言,

能無說乎?

 

繹之為貴。

 

說而不繹,

從而不改,

吾末如之何也已矣。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Trouw en oprechtheid als uw voornaamste principes.

 

Alleen vrienden die gelijk zijn aan uw niveau.

 

Bereid zijn uw zwaktes op te geven.

 


子曰

 

主忠信,

毋友不如己者,

過則勿憚改。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Een bestuurslid kan al zijn bedienden verliezen, maar vrije wil kan van niemand afgenomen worden.

 


子曰

 

三軍可奪帥也,

匹夫不可奪志也。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Hoe geweldig is het om geen greintje schaamte te voelen, gekleed in de meest versleten schoenen naast compleet opgepoetste mensen!

 

Zo is leerling Lu!

 

Leerling Lu herhaalde daarna constant de woorden uit het Boek der Liederen:


Niets haten en niets verlangen.
Hoe kan het iets anders zijn dan goed?


Confucius zei daarop:

 

Bereik je niet het doel door het pad te bewandelen in plaats van er alleen over te spreken?

 


子曰

 

衣敝縕袍,

與衣狐貉者立,

而不恥者,

其由也與?

 

不忮不求,

何用不臧?

 

子路終身誦之。

 

子曰

 

是道也,

何足以臧?


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

In de winter kunnen we duidelijk zien dat het de cipressen en de pijnbomen zijn die hun bladeren als laatste verliezen.

 


子曰

 

歲寒,

然後知松柏之後彫也。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

De wijzen staan niet perplex;

De deugdzamen zijn niet onrustig;

De moedigen kennen geen angst.

 


子曰

 

知者不惑,

仁者不憂,

勇者不懼。


🧧

 


Wat Confucius zei:

 

Onvermijdelijk zullen we samen het Pad opgaan met sommigen waarvan we onderweg merken dat ze niet meekunnen.

 

Het kan voorvallen dat je ze toch verder met u mee kan dragen, maar onderweg zal je merken dat ze zich niet samen met U kunnen vestigen.

 

Het kan voorvallen dat ze zich met U kunnen vestigen, maar onderweg zal je merken dat zij de kloof niet voelen die tussen jullie in is gegroeid in het beleven en afwegen van het dagelijkse leven.

 


子曰

 

可與共學,

未可與適道;

可與適道,

未可與立;

可與立,

未可與權。


🧧

 


Hoe de bloesem van de espen bloeit en danst!

Hoe kan ik niet aan U denken?

Uw huis zo veraf…


Wat Confucius op deze verzen zei:

 

Als hij er echt zo vaak aan dacht,

dan had hij de afstand allang overbrugd.

 


唐棣之華,

偏其反而。

 

豈不爾思?

 

室是遠而。

 

子曰

 

未之思也,

夫何遠之有?


🧧