Clark Gillian Website

Webnovelle


Robbe en Julie


Deel 1

1989

1. Provinciale bestuurlijke comitézitting van de Koninklijke Rijkswacht rond aanhoudende bendevorming in Regio Assenede en Oosteeklo 01/02/1989


Meneer Verbeeck, vertel nu een keer wat het probleem is met de bende van Lembeke want die jongens zijn nauwelijks ouder dan 20-25 jaar als het dossier dat mij hier is voorgeschoteld mag geloven en toch slagen die rotzakskes erin de rijkswacht een slechte naam te geven door nagenoeg ongestraft wat U beschrijft als "aanhoudende" perikelen van vandalistische aard te bedrijven in de streek van Wachtebeke, Kaprijke tot in Eeklo en spreidt steeds verder. Dit wilt zeggen uren en uren mankracht en om nog niet te spreken van al het papierwerk dat daaraan is verbonden - een hele stapel administratie, ongelooflijk om bij stil te staan, ik verzeker het u, om dan nog niet te spreken van de afgelopen vergaderingen die hebben moeten plaatsvinden op elk niveau van de bestuurlijke en gerechtelijke rijkswacht, waaronder deze vergadering zelf, wat wil zeggen tot op het provinciale toe! [...]  Ja, inderdaad, ik laat even een stille pauze vallen, want dat is maar één niveau onder het nationale niveau! En laat ons daarom hopen dat het niet nodig is dit onder de neus van Koning Albert zelf te moeten schuiven; bon, niet dat hij betere dingen te doen heeft, maar dat is een andere zaak. Dat hoeft niet in de notulen mevrouw Libaert. In elk geval, Meneer Verbeeck, om terug de rode draad op te pikken, deze zaak is voor U om een goede uitleg aan te proberen geven, met nadruk op proberen en laat het mij toe op dit moment direct ook Majoor-Inspecteur Verbiest aan U voor te stellen die zijn dienst heeft bewezen in de zaak Oudenaarde, U en iedereen binnen de rijkswacht welbekend. Dank u wel Meneer Verbiest U kan terug zitten, dank U wel. Je zal merken dat hij met gouden oortjes zal zitten luisteren naar uw uitleg en wees ervan bewust dat hij het dossier al deftig heeft ingestudeerd, naar mijn persoonlijke instructie. Het komt hierop neer, heren: deze bende anarchisten hebben ons als rijkswacht al veel te lang zitten vernederen, maar het probleem voor U, Meneer Verbeeck, is dat de Rijkswacht van Regio Assenede-Oosteeklo zo schijnbaar makkelijk verneder-baar is. Ik laat opnieuw even een stilte vallen om dat te laten indringen, want de vernedering is niet alleen binnen de muren van de rijkswacht, hé. Dàt is waarom je hier nu zit. Ik nodig U uit om de zaak even toe te lichten, vooraleer het 'licht' voor ons allemaal uit gaat wanneer de Rijkswacht wordt opgedoekt dankzij de eindeloze reeks schandalen, de ene achter de andere dat het bijna mij de keel uit steekt bij wijze van spreken, Meneer Verbeeck, je begrijpt me. Er staat veel meer op het spel hier dan alleen uw wanbeheer en idiotie! In uw aanpak welteverstaan, Meneer Verbeeck, en verexcuseert U mij dat ik mijn stem daar even verhief, maar de situatie vraagt naar een bovenmaatse kordaatheid, een kordaatheid die wijlen mijn vader te pas en te onpas ook wel eens een goeie schop onder uw gat noemde welke ik alleen als uitdrukking van zin ben om te gebruiken en niet in de praktijk wil brengen, maar ik kan U verzekeren, onwaarschijnlijk betekent niet onmogelijk. Jij staat nu misschien nog aan het hoofd van de Rijkswacht regio Assenede-Oosteeklo als Kolonel-Luitenant van de bestuurlijke Rijkswacht, maar vergis U niet, tientallen jaren ervaring in dezelfde functie is niet hetzelfde als een vaste benoeming. Ja? Goed. Ik hoor nu graag van jou, Meneer Verbeeck, spreek.


2. KLJ fuif Sint-Laureins

Dag Geraldine, ja, voor mij graag drie pistolets en twee boterkoeken, 200 gram préparé, 200 gram vleessalade, 150 gram belegen kaas en zijn er terug eierkoeken?


Nog niet, Roger maakt ze niet meer zo regelmatig sinds het voorval met Bénédicte, hij is er nog steeds niet goed van. Zodus. 't Is een heel spel geweest.


Ik durfde het niet zo goed vragen maar...


Roger maakt nu bijna niets meer met crème. Hij komt er niet meer toe van de miserie. Ah, ja, hé. Dokterschool is zo duur, hé, voor een zelfstandige bakker, het is allemaal uit eigen zak en de studiebeurs komt er niet in tussen. Nu met Bénédicte zijn schorsing is Roger ten einde raad. Zijn stem is helemaal hees als ik hem spreek. Ik vermoed dat hij nog regelmatig staat te roepen op hem. Gezicht helemaal ingezakt, grijze ogen, allez, niet zoals dat we hem kennen. 300 gram vleessalade?


200 gram alstublieft.


...


210 goed?


Da's goed. [...] En is dat gebeurd op die KLJ fuif in Sint-Laureins?


Ja, allemaal op die fuiven, hé. Ik ken er het fijne niet van alleen wat ik ervan hoor en het is de neef van de Kolonel van de Rijkswacht, Tibeau, ken je hem? Ja, neergestoken... Gelukkig niets ernstig, allez, dodelijk, maar wel een diepe snee in de arm en veel bloed. Naar het schijnt is het de zoon van de Dokter Callens zelf, Robbe, die Bénédicte heeft aangezet. Bénédicte zegt dat hij het niet gedaan heeft, maar Robbe, want Robbe is bij de anarchisten gegeaan sinds dat hij is beginnen studeren, ook voor dokter, hé, ze zitten samen in de les, maar hij was een tijd terug al begonnen met sleutels langs de auto's trekken en al, je kent dat wel. Hij is tegen merken, hij is tegen commerciële ketens. Maar hij gaat van kwaad naar erger, hé, en hij trok Bénédicte erin mee.


Ah, ma' zeg. Neergestoken?


Ik ken er het fijne niet van, Roger spreekt er nie over tenzij wanneer hij zichzelf opwindt, maar dat gebeurt niet zoveel meer, maar de avond van de fuif heeft zijn vriending Romy het naar het schijnt met Robbe uitgemaakt en... In ieder geval hij was al van plan om hem te gaan afreageren, boel te zoeken. Ja, naar het schijnt, hé. Allez, het is toen op de fuif van kwaad naar erger gegaan en hij had - dacht hij - een makkelijk slachtoffer uitgekozen, Tibeau, naar 't schijnt een homo, ja, ja, maar je weet het niet van mij. Wat Robbe dus niet wist is dat hij de neef is van het hoofd van de Rijkswacht, Richard Verbeeck. Dan is 't Is 420 frank, alstublieft.


Dat is toch niet te geloven. Hier is een briefke van 500.


Dank U. Ja. Nee. Bénédicte mag niet meer buiten komen nu, en hij heeft zelfs toegegeven dat Robbe misschien bij de Bende van Lembeke gaat gaan, maar dat is natuurlijk iets dat ik niet graag zeg, want als dat ter ore komt van de dokter, dan gaat het stuiven bij hem thuis - En 80 terug.


Dank U. Ja, verschrikkelijk toch allemaal, hé, als je de verhalen hoort.


Zakske hebben? Het erge is dat Bénédicte en niet Robbe de volle lading heeft moeten krijgen. Roger is bang dat de bakkerij geruïneerd is als Callens een rechtzaak aanspant tegen hem.


Ja, dank U vriendelijk. Het is toch allemaal erg, hé.


Alstublieft. Ja, maar zolang dat we kunnen spreken leven we nog, hé.


Dat is zo, dank U Geraldine! Saluutjes!


Saluutjes!


3. Patrouille Rijkswacht Eeklo PTI / Atheneum / College O.L.V.- Ten Doorn

En wie is da?


Julie.


Julie Verbeeck?


Ja.


Shit.


Ja, inderdaad, shit.


...


Was vroeger Jules, hé. Dan is hij op een gegeven moment verdwenen van 't middelbaar - hij zat op 't PTI - en daarna terug naar school gegaan in 't Atheneum, maar dan als Julie voor 't laatste jaar 'n half.


Ik zou het nooit zeggen.


En hij, ik bedoel zij, is de dochter van Verbeeck, hé. Onze Verbeeck. De grote baas.


Dat had ik al door, Tom.


Dus stop met staren. Da's niet beleefd.


Ik ben niet aan 't staren.


Jawel.


...


Je zou het nooit zeggen. Echt.


Als je het niet wist dat ze een Frankenstein was dan zou je nog kunnen zeggen dat het een snelle is, maar...


Ze is een snelle. Ga je mij vertellen dat als jij een kans had...?


Ma gij geile, geile hond, Pascale!


Stop, 't is helemaal nie zo.


Ah, maar waar heb je uw bijnaam dan aan verdiend?


Stop! Durf het niet, hé.


Ok, ik stop.


...


Geile hond.


Deb.


Hahaha, deb?!


Ja. Deb.


...


Verbeeck heeft gevraagd voor extra mannen op de 100 dagen viering. Vooral op de fuif in de sporthal. Julie gaat daar ook zijn, hé.


Niet zitten doorvertellen dat ik haar een snelle vind, je moet er geen groot verhaal van gaan maken! Het is een snelle, iedereen ziet da.


Dat is alleen maar op 't eerste zicht.


Zwijg, gij. Hoeveel mensen kennen we nie jaren alleen maar op 't eerste zicht waar we het fijne er ook niet van weten. Ze is een snelle. Punt aan de lijn. En da is 't enigste da'e'k'ik erover te zeggen heb.


't Is goe. 't Is goe. Ik e't verstaan.


...


Wil je dan gaan bewaken op de 100 dagen ook?


...


Awel?


Wa?


Ga je mee gaan bewaken?


Ja! 't Is goe!


Ma je moet niet, hé.


Jawel, ik wil graag. Zet mij maar mee op de lijst... En je moet niet zo zitten lachen!


***


Pascale de Pauw!


Ja, meneer Verbeeck.


Ex-militair, was het toch, hé?


Paracommando's, meneer.


Dat is wel. Dat is wel. Kom een keer efkes naar mijn kantoor? Ik heb gezien dat je U hebt opgegeven voor extra bewaking voor de honderd dagen viering in de Sporthal van Eeklo.


Klopt, meneer.


Awel, het is goed, dank U wel om dat op te nemen. Er zijn een paar dingen dat ik U nog wil vertellen omtrent het hele geval met de Bende van Lembeke en de boelmakers Bénédicte en Robbe die op de KLJ fuif in Sint-Laureins al die miserie hebben aangericht, waarvan dat we ook al vermoeden banden te hebben met de bende van Lembeke.


Natuurlijk, Meneer.


Zoals je misschien wel weet, het slachtoffer van de mesaanval door Bénédicte en Robbe op de fuif in Sint-Laureins is mijn eigen neef, Tibeau Verbeeck. Hij en mijn dochter Julie vieren nu hun laatste jaar in 't middelbaar een daarom zijn ze van plan samen naar de festiviteiten te gaan. Normalerwijze zou ik blij zijn dat mijn dochter iemand bij haar heeft om haar te beschermen bij wijze van spreken maar dankzij het voorval van op de KLJ fuif in Sint-Laureins zijn we te weten gekomen dat het geen toeval is dat Tibeau is aangevallen geweest. De delinquent Robbe Callens, en ik zeg delinquent tussen ons gezegd en gezwegen uit respect voor mijn goede vriend Dokter Callens die ik al ken sinds mijn eigen jeugd en mee op 't school heb gezeten, die het niet verdiend zijn leven geruïneerd te hebben door een etterbak van een zoon, zodus we hebben Robbe zijn dossier hier schoon gelaten, en opnieuw dat is tussen ons gezegd en gezwegen, maar ik kan het niet blijven verdedigen want ik kan U vertellen, het is niet de eerste keer dat we Robbe zijn naam hebben horen vallen sinds dat hij bij de Anarchisten is gegaan. Ik vermoed dat hij nog niet wijs genoeg is het verschil te weten tussen de theoretische reflecties van de beweging in 't algemeen of simpelweg gewoon zoekt achter een excuus om zinloos geweld te plegen zogezegd in naam van de rebelleren tegen de zogenaamde "machine" maar in ieder geval hier bij de rijkswacht kennen we zijn - laat ons zeggen - "onzichtbaar dossier" waarbij het duidelijk is dat hij aansluiting zoekt bij de Bende van Lembeke. Bénédicte, die arme sukkel, heeft de schuld op hem moeten nemen, maar dat kan ik hem in mijn goed geweten niet opnieuw aan doen. Ik heb het Roger ook laten weten, zorgt dat hij nergens ooit nog in de buurt komt van Robbe Callens, als hij zichzelf en zijn bakkerij niet geruïneerd wil zien door de stommiteiten van een snotneus - en alles wat Roger in zijn leven heeft opgebouwd - gaat riskeren.


Ik begrijp het, Meneer.


In ieder geval, hier is het ding: om toe te treden tot de bende van Lembeke moet je iemand hebben neergestoken die oftewel een Rijkswachter is oftewel wat ze noemen een jeannette. Zodus, dat verklaart onmiddellijk waarom Robbe rondliep met een mes op de KLJ fuif. Hij zocht en zoekt nog steeds om tot de Bende van Lembeke toe te treden. Ik wil ervoor zorgen dat hij van de gelenheid geen gebruik maakt om zijn lidkaart tot die sekte, en ik noem het een sekte, te behalen.


Ik begrijp het, Meneer Verbeeck.


Maar, Pascal, zorg alstublieft dat het niet opvalt alsof ik persoonlijke bescherming heb gestuurd naar mijn eigen familie. Je weet hoe het anders zou overkomen.


Geen zorgen, Meneer.


Die bende, en de naam is niet slecht gekozen, een echte bende, bezorgt de rijkswacht al lang heel veel werk, maar ik laat het niet ten koste gaan van mijn eigen familie. Als ik kon zou ik zelf gaan bewaken, maar ik sta dankzij deze hele zaak zelf onder toezicht, ik kan het heft niet eens in eigen handen nemen, het is toch triestig.


Ik begrijp het Meneer Verbeeck. Het ga net zijn alsof je er zelf bij bent.


***


Inspecteur Verbiest!


Ah, hallo, sorry wat was uw naam ook alweer?

Pascale de Pauw, inspecteur.


De Pauw, goeiemiddag. Ik zie dat je net van het kantoor van Meneer Verbeeck komt. Goed gesprek gehad? Je vind het toch niet erg dat ik mijn boekske bovenhaal. Het is niet het grote boek van Sinterklaas, hoor. Ik ben meer gelijk zwarte Piet - ik hoor u wel maar ik zie u niet. Het is maar voor te lachen, de Pauw. Het is niet serieus. Vier je nog Sinterklaas? Kinderen?


Ik... Nee, geen kinderen, ik...


Te jong natuurlijk. Misschien vier je het wel op jezelf nog. Maar je bent ex-militair toch, hé?


Ja, inderdaad. De paracommando's, inspecteur.


Ik kan het onmogelijk vergeten als je het zo mooi blijft herhalen, de Pauw. En je bent er moeten weggaan omwille van?


Ik ben zelf weggestapt omdat ik een carrière dichter bij huis wou.


...


Wel, ik zou denken dat als je start als paracommando dat je ergens wel begrijpt dat je werkplaats - als dat al bestaat als paracommando - niet dicht bij huis is. Van waar ben je?


Sint-Jan-In-Eremo, inspecteur.


Sint-Jan-In-Eremo? Ma, gij zij zo goed als terug naar uw nest gegaan, bij wijze van spreken. [...] Goed voor U. In ieder geval, ik merk hier da gij al goed begint uwen draai te vinden, precies, hé? Al op babbel met hoofd van de regionale rijkswacht, gezellig gesprek zo nu en dan?


Het is geen gezellige babbel, het ging over toezicht op de 100-dagen viering.


De 100-dagen viering. En wordt er verwacht dat de bende van Lembeke daar gaat zijn?


Ja, er werd versterking gevraagd.


"Er werd"? Of Meneer Verbeeck? Uw Kolonel-Luitenant.


Ja, Verbeeck vroeg wat extra mankracht.


Het zou toch niets te maken hebben met het feit dat zijn dochter en andere leden van zijn familie toevallig in Eeklo hun 100-dagen vieren?


...


Want dat zou betekenen dat hij als kolonel-luitenant van de rijkswacht publieke middelen zou gebruiken voor eigenbelang, moest hij mankracht inzetten voor zijn eigen terwijl er zodanig veel dingen te bewaken en te bekijken en te bezien zijn, dat er in feite niet genoeg mankracht voor bestaat binnen de rijkswacht op zich? Dingen die absoluut in het belang zijn van, het publiek, laat het ons zo zeggen, hé. Het publiek, van waar onze middelen komen, herinner U. Jij werkt hier toch, hé?


Ik werk hier.


Ik snap het, je bent nog niet zo bekend met de gerechtelijke rijkswacht om te gaan, het is niet zoals in 't leger. Maar ik kan je verzekeren, De Pauw, je zal het wel leren. Dat is wel zoals in 't leger.


...


Tong ingeslikt? Allez, dan. 't Is goed. Doe maar voort. Salut!


Salut, inspecteur Verbiest.


't Is Majoor-Inspecteur Verbiest.


Majoor-Inspecteur.


4. Transcriptie telefoongesprek Bénédicte Buysse en Robbe Callens


[...] Bel hier niet meer naartoe, Robbe. Ik wil nie met U spreken.


Waarom nie Béné, allez? Ik mis U wel, hé! Gij zij mijn beste vriend. Zit je nog op kot?


Ik mis U nie. En waarom zou ik nog op kot zitten ik ben geschorst. Door U!


Het spijt mij, Béné. Sorry!


Stop het, Robbe. Subiet hoort mijn papa da'k'ik aan de telefoon hang me' U en dan rukt hij de telefoonlijn uit.


Please nog nie ophangen. Ik wil U maar één ding vragen.


Wa kan'k ik nog meer doen voor U naast de schuld van een mesaanval op mij pakken? Gij durft nog iets vragen?


Béné, Béné, wacht! Luister! Béné! Ga je naar de 100-dagen viering gaan?


100-dagen? Robbe, da hebben we al gevierd toen wij in 't laatste jaar zaten, vorig jaar!


Nie voor mij Béné, voor Romy! 't Is haren 100-dagen, hé.


Robbe, Romy heeft het uitgemaakt me' U! Stalkt haar nie! En stalkt mij ook nie.


Béné, please, ik ga het allemaal goe maken. Ik ga ervoor zorgen da het allemaal goe komt.


Da stelt mij nie gerust, joengene. Ik wil dit allemaal nie horen. Laat mij me' rust.


Ik beloof het, ik beloof het.


...


Ik moe door.


5. 160.000 BEF

Kom aan tafel Robbe, het eten wordt koud! Uw moeder heeft niet staan zwoegen in de keuken met al die goeie producten zodanig dat wanneer het allemaal eindelijk klaar is we er allemaal niet van kunnen genieten omdat het koud op bord ligt van zo lang te moeten wachten op u!


...


Robbe!


Ik kom!


Die jongen is de nagel aan mijn doodskist. Het is niet erg genoeg dat er langst alle kanten mensen de kist klaarzetten en niet kunnen wachten om mij erin te duwen, het gaat nog mijn eigen zoon zijn die de laatste nagel erin gaat kloppen. God den Heere nog aan toe.


Kalmeert en ga zitten, Gilbert. Het eten is nog heet.


Robbe!


Hij komt al, Gilbert. Hij komt.


...


Op zijn dooie gemak natuurlijk.


Ik ben er.


...


Lees het Onze Vader.


...


Robbe!


Gij zijt zelf niet eens gelovig, Papa! 


Dat maakt niet uit. Het een sluit het ander niet uit. Lees het Onze Vader.


...


Allez, Robbe, doe nu een keer nie zo. 't Is uw favoriet vanavond. Beenhammetje in mosterdsaus met puree.


Lees het Onze Vader.


Ok, 't is goe.


...


Blij?


Ik blij? Gij zou blij moeten zijn. Ik heb het kunnen regelen dat je volgend semester terug verder mag studeren. En ik wil niets horen -


Ik wil niet verder studeren.


Ik heb dat niet gehoord! Ik heb dat echt niet gehoord!


Gilbert, kalm.


Nee, Nadine, het is goed. Ik heb niets gehoord, dus er is geen probleem. Robbe gaat terug studeren wanneer hij hem beter voelt.


...


Is het goed?


Je vraagt altijd of wij het goed vinden, mama, maar je zegt nooit als je het zelf lekker vindt.


Ja, het is goed. Het is lekker, hé Leen?


Ja.


Voilà, het is lekker. Blij Robbe? Aan U gaan we het niet vragen want jij moet er maar blij mee zijn.


...


Allez, de eerste vlucht met de Concorde van Brussel naar New York gaat thans vertrekken tegen 't einde van het jaar, hé. En weet er iemand hoeveel een ticket kost?


Neen, boemelke.


Gij, Robbe?


...


Awel? Weet je het?


Nee.


...


160.000 BEF! Voor enen vlucht.


Ma allez, voor één keer over en 't weer?


Ja, 160.000 BEF, Kwakske, maar je moet rekenen: het vliegt aan meer dan 2000 kilometer per uur! Dat wilt zeggen dat je de hele Atlantische Oceaan oversteekt in 3 uur. Da's minder dan de helft korter dan met een gewoon vliegtuig. Dat is de toekomst.


Prachtig, hé, hoe de technologie vooruit gaat. Binnenkort kunnen we over de hele wereld vliegen en overal staan in een paar uurkes tijd.


Het is te hopen, Kwakske.


Ik denk dat technologie alleen maar hoe langer hoe meer gaat bijdragen aan de onderdrukking van de mensen.


Allez, Robbe.


Voorzichtig met uw glas Gilbert!


Nee, laat hem een keer spreken. Ik heb zin om dit te horen. Laat hem maar spreken. Ik wil het weten, wat hij denkt.


Gilbert.


Nee, nee. Nadine. Ik wil het horen. Zeg maar Robbe.


Gewoon, mensen. Mensen gaan technologie gebruiken om andere mensen hun vrijheid af te pakken.


Hun vrijheid. Amai. Weer grote woorden, zenne.


Ik voorspel alleen dat technologie, hoe meer het "vooruitgaat" hoe meer ze dingen gaan uitvinden om de mensen te beperken en stil te houden en te pijnigen en minder te maken en bang te maken.


Gij zijt het die uw eigen moeder bang maakt, Robbe, met uw ZOTTE praat.


Gilbert. Klop nie zo op tafel. Ge doet alles rammelen.


Ma, Kwakske, gij begrijpt toch waarom ik zo doe? Luistert naar hem!


Ik weet het, Gilbert. Maar hou U kalm.


Robbe, luister. Denk je niet dat de mensen in opstand zouden komen moest het zo ver komen? Denk je niet dat de mensen gaan protesteren tegen een technologie die hen hun gemak kost en hen het leven moeilijk maakt?


Ik denk niet dat de toekomst zo makkelijk gaat zijn als in de Jetsons. Dat was een tekenfilm, maar jullie doen net alsof het een doktervoorschrift was.


Wij, de mensen, maken technologie. Nie omgekeerd. Wij bouwen technologie. Nie omgekeerd. Wij gebruiken technologie. Nie omgekeerd. Je hebt niet genoeg vertrouwen in de mensen.


Ik begrijp niet hoe je zo donker bent geworden, Robbe, kind, dat je denkt dat de mens eerder een manier gaat vinden om elkaar te treiteren dan ziektes uit de wereld te helpen. Tegen het moment dat jij dokter bent geworden, bestaat kanker niet meer, dat is mijn voorspelling.


Mama, papa, allez, jullie vertellen constant over hoe voor den oorlog had niemand een televisie, alleen in de café's en nu heeft iedereen een televisie in hun living.


Inderdaad dat heb ik altijd gezegd om U erop te wijzen dat het niet altijd zo makkelijk is geweest als dat het nu is voor U. Je bent een luxebeest, besef je dat wel? [...] Vroeger spraken ze ervan dat de tijd nog ging komen dat men wekelijks kip zou kunnen eten. Nu ligt er zoveel kip in de supermarkt dan dat we het niet eens allemaal kunnen opeten zelfs moest iedereen iedere dag een kip eten!


Ok, maar mama, papa, denk je niet dat er in de toekomst de technologie gaat bestaan dat de televisie terugkijkt naar U?


...


Hahahaha!


Hahahaha!


...


Robbe, Jongen, moesten mensen merken dat er binnen in hun huis wordt meegekeken door de televisies, dan zou iedereen toch hun televisie buiten smijten, zekerst!


Denk je dat, papa?


Ik denk dat! Ik ben er zeker van! Wie gaat er nu blijven zitten en kijken terwijl je in je eigen luie zetel wordt bekeken en beluisterd zonder uw toestemming, allez, dat is toch te zot voor woorden, Robbe, ma denkt toch een keer na! Mensen zouden zoiets nooit toe laten!


Dat is het ding, je gelooft dat tegen dan het nog aan de mensen zelf is om iets wel of niet toe te laten.


Robbe, ik wil dat je één ding goed begrijpt. Ik weet dat het heel leuk is om mee te doen met da heel spel van no future en die punkmuziek en de graffiti het is allemaal heel stoer maar de waarheid is heel simpel voor U. Jij komt niet uit de werkersklasse, vriend, knoopt dat eens in uw oren. Jij komt uit een doktersfamilie en wij hebben de middelen en de privilege om U echt een toekomst te geven. Een comfortabele toekomst DIE ER TOE DOET, niet zoals om het even welke inwisselbare job, maar een job die echt mensenlevens raakt en mensenlevens redt dus ik wil uwen onzin van no future niet meer horen dat gaat niet eens over U! Gij hebt wel een future. En later ga je mij danken dat ik U uit die nonsens heb weggetrokken.


...


Zeg iets, Nadine.


Robbe, gij filosofeert te veel. Ergens moet je toch praktisch blijven, vind ik. Het is alleen maar zo dat mensen een leven met elkaar kunnen opbouwen, toch, Gilbert? Liefde is mooi, maar verwelkt snel - gelijk als een boeket als je ze niet in water kan zetten. 


...


...


En hoe is uw dag geweest, Leentje?


6. Ad Valvas - KVB Bentille


"Oproep n.a.v. KVB kraam jaarmarkt Kaprijke - vervanging Lutgard.

Door het onverwachte wegvallen van Lutgard zoeken we een vrijwillige vervanger die kan en wilt bijdragen aan het aanbod van de taartverkoop ten voordele van Broederlijk Delen en tevens ook een aantal uur bereid is de kraam te bemannen tijdens de jaarmarkt in Kaprijke, die zal plaatsvinden in de straten rondom het gemeentehuis en op het dorpsplein. We zoeken bij voorkeur een lid uit Kaprijke zelf. Gelieve persoonlijk aan te melden op het kantoor op maandagen van 14:30 tot 16:00 of woensdagen van 09:00 - 12:00 en van 14:00 - 15:30 of via de telefoon op 093732157 op voorvermelde uren, zodat er samen naar de planning, aanbod en opstelling kan gekeken worden. Veel dank!"


Hoe is het nog met Lutgard?


Ze ligt in het ziekenhuis, maar straks mag ze al terug naar huis, heb ik gehoord van Danielle. Haar kinderen gaan haar daar verder verzorgen, het is te hopen dat het gevoel volledig gaat terugkomen in haar gezicht.


Kan ze haar gezicht nog nie voelen?


Nee, en het is nog nie gezegd dat wa nog terugkomt. Het is te hopen, het is te hopen.


Wat die bende aanricht, het is een schande.


Hij had haar dochter weggepakt, ze mochten niet meer met elkaar praten. Dan heeft hij haar uitgebuit aan de bende. Ze moest wel, ze kon geen nee zeggen tegen die bende en ze mocht niemeer spreken met haar familie. De rijkswacht heeft Lutgard alle details moeten overlopen met haar zelfmoord en alles, hé. Haren testament lag klaar en alles. Ze heeft er een hartaanval van gekregen ter plekke.


Ma, Godverdomme. Godverdomme.


Ma da's nog nie alles. Hij heeft haar op straat gezet want hij vertrouwde haar niemeer, terwijl hij haar ertoe had gezet haarzelf uit te buiten voor geld en thans heeft hij haar zwart gemaakt bij iedereen als de hoer van boekhoute.


De hoer van Boekhoute! Mens, mens, mens.


Bij wie kon ze zij thans nog terecht? Ze werd door iedereen uitgemaakt want mensen verspreiden da graag, hé, maakt nie uit of het waar is of nie. Als ze zoiets horen nemen mensen liever ergste aan omdat ze bang zijn dat het toch waar zou zijn maar je sluit zo mensen af, hé. Van alles. En thans, ja. Ze heeft zelfmoord gepleegd. Nu moet de familie Francine verzorgen, maar hun zus zijn ze voor altijd kwijt. Ze kennen nu de waarheid maar da maakt de pijn alleen erger.


Eh-Godverdomme.


En diene Niek. Het heeft nie lang geduurd of hij heeft hem een Filipijnse vrouw gepakt. Waarschijnlijk opnieuw begonnen met heel zijn spel.


Ma wie es da? Diene man?


Zoon van Francine: Niek. Francine Verstringhe? Weet wel? Van de Hellepolder. Ja, Niek Verstringhe. En hij woont daar nu ook op 't andere uiteinde van de boerderij in een tuinhuis met die Filipijnse. Allez een groot tuinhuis, hé. Ze wonen daar nu in, ja.


Uw man weet ook veel, hé, met zijn werk. Gij hebt een goeien. Richard. Hij weet waarschijnlijk meer dan dat hij graag zou willen weten.


't Is zijn werk en ik heb hem echt eerlijk over de jaren nog nooit over horen klagen, alleen dat het zwaar is. Af en toe zegt hij dat hij efkes weg moet. Met de moto. 's Avonds omstreeks hetzelfde uur. Wanneer hij het nodig heeft. Dan is hij weg. Duurt niet lang. Een uurke. Dan komt hij terug. Anders. Lichter, luchtiger. Zijn kaak niemeer zo strak. Hij luistert daarna meer, dus dat is wel goed. Maar klagen heb ik hem nooit weten doen.


Als het maar een tour met de moto is, Inge, en dat hij met een stuk in zijn kraag thuiskomt iedere nacht.


Zeg da nie door, hé, maar soms riek ik wel een keer wa alcohol, ze. Aan zijn adem. Maar hij is nooit dronken. Een beetje rood in de nek, alleen. 't Is raar. 'k Voel me er soms ongemakkelijk bij maar ik weet wel dat de job veel van hem eist.


Ik denk dat hij er echt nood aan heeft om alleen te zijn en niets meer te horen van dingen dat hij moet regelen.


Da weet ik. Daarom, alles wat te maken heeft met de dingen thuis, ik regel het zelf en alles wat te maken heeft met Julie ook, ik wil niet dat hij hem daarover zorgen moet baren. En hij moet dat ook niet.


Hij heeft het getroffen me' U zenne.


Ik denk da'k ergens het gevoel heb dat het nie genoeg is, wa'k doe, da'k het allemaal regel waar misschien andere vrouwen meer op hun man voor kunnen rekenen. Het zijn ook lange dagen dat hij klopt, hé.


Ik kan het mij voorstellen. Zeg en hoe stelt Julie het?


Goed, goed. Ze is bijna afgestudeerd aan 't Atheneum.


Weet ze al wat ze gaat studeren volgend jaar?


Ik heb het al een paar keer gevraagd, maar ze weet het nog nie goe. Ik vermoed psychologie.


Da's een mooie studie, hé. Zware studie.


Ja, redelijk zwaar, maar ik denk dat ze er wel de kop voor heeft, ondanks dat ze heeft moeten blijven zitten.


Ja da geloof ik wel, da geloof ik wel.


Maar haar kostuum voor de 100-dagen heeft ze wel snel gekozen, ze. Amai!


Ah, ja? Op da vlak weet ze dan wel snel te beslissen.


Gij gaat da nooit geloven wa zij gekozen heeft.


Wadde?


Soeur Sourire.


Soeur Sourire? Hahaha!


Zot, hé. Maar de 100-dagen zijn ook zot. Richard heeft al gevraagd voor extra versterking, zenne. Een oogske in het zeil. Naar het schijnt heeft hij - zeg het niemand, hé, da's tussen ons gezegd en gezwegen - speciaal iemand ingezet die een oogske heeft op haar, zodanig dat hij zeker weet dat ze veilig is.


Heeft er iemand in zijn korps een oogske op Julie, dan? Allez, nie da'k ervan verschiet ofzo, ze is een schone, echt een schone!


Ik weet het soms vind ik dat ze te veel make-up aan doet voor haar leeftijd maar dat is ook deel van, allez je weet wel van haar te voelen zoals ze is maar het maakt mij als moeder soms bang dat ze aandacht trekt die niet zo vriendelijk is.


G'hebt geen ongelijk.


...


En slim van Richard. Iemand inzetten die een oogske op haar heeft. Ge moet er maar aan denken, hé.


Richard weet wat hij doet. Hij weet wie hij moet inzetten. Hij weet waar hij moet zijn en niet zijn. Het is daarom met dat intern verhoor dat hij gekregen heeft, is hij meer van zijn stuk. Da merk ik wel. Hij gaat meer gaan rijden met de moto.


Ik geloof het. Maar da komt goe, jong. Da komt goe. 


***


En, Julie. Goedemiddag. Heb je al jouw kostuum gekozen voor de 100-dagen?


Ja.


En zou je mij willen vertellen wat het is?


Soeur Sourire.


Soeur Sourire! Grappig! Geweldig gewoon. En? Volledig habijt? Alles erop en eraan? Ik kan het mij al volledig inbeelden!


Ja.


Ik zie jouw gezicht helemaal oplichten bij het gedacht, super. En hoe waren de laatste paar injecties, iets van bijwerkingen gehad?


Nee.


Het is ook al een tijd geleden dat er iets te melden viel, dus dat was te verwachten. Hoe minder, hoe beter zeggen we altijd.


...


En op school? Loopt alles goed daar?


Ja, ja, ik denk het wel.


Al gekozen wat je gaat studeren? Volgend jaar?


Ik weet het nog niet. Ik dacht aan psychologie. Misschien.


Psychologie!


Ja.


Wat een mooie glimlach verschijnt er op uw gezicht! Ja, ik denk dat het een goeie keuze is voor U. En ik ga het ook opnemen als een compliment naar mij toe. Hihi.


- Ja...


Ik denk, Julie, dat het mooie eraan is dat wanneer je gaat studeren er een verse, nieuwe omgeving gaat zijn. Volwassener ook, omringd met interesse-genoten, medestudenten. Je kan zijn wie je nu bent zonder een ondertoon van bepaalde... aannames over jezelf waartussen je continu moet schipperen. Gewoon jezelf zoals je bent, zoals je leeft. Bevrijdend, denk ik, voor jou.


Ja, da zou goe zijn.


Ja en dat zal ook zo zijn, Julie, geloof mij. Ik ben blij voor U.


...


En wil je mij misschien vertellen waarom Soeur Sourire?


'k Wee nie. Ik vond het gewoon... mooi.


Nonnen hebben zoiets mysterieus, hé. Ja, hé? Ze steken zich weg in volle zicht. Met een bepaalde stille trots, ook. Ik begrijp het.


...


Allez, ik ga U niet langer houden. We zien elkaar over een maand terug, Julie. Zit je dan niet midden in uw eindexamens of daar tegen aan? Is dat geen probleem?


Neen, 't is goe. Ik plan da wel in.


Super, Julie. Tot dan!


Tot dan.




7. Dimethyltriptamine

[...]

...

En wa is uw naam?


Niek. Verstringhe.


Ben je deel van -?


Nee. Maar doe er goeie zaken mee. Gij?


Robbe. Callens.


Deel van?


Neen, nog niet. Maar binnenkort wel.


Gij zij zeker van uw stuk.


Ik heb iets goed te bieden.


En wie is uw vriend.


Bénédicte. Buys-


Hey- zegt mijn echte naam toch een keer nie! Niemand moe weten dak hier geweest ben.


Aan wie gaat hij da voorvertellen, Béné?


Ik ga zwijgen gelijk een graf.


Hoort?


Ok.


Ik heb U toch gezegd dak het terug goe ging maken?


Ik zal U wel zeggen als het zover is want tot nu toe... 


Geduld, jongen!


Hij noemt hemzelf de Sjamaan van Ertvelde.


Wa zegde?


Dat hij hemzelf de Sjamaan van Ertvelde noemt.


Wie?


Lorens!


Ah, ja. Ok. Robbe heeft mij meegenomen, ik weet eigenlijk nie veel van wa ik mag verwachten.


Gij gaat het U nie beklagen. Wacht maar.


...


Ok, mannen. Hier, pakt aan. Ik ga wa muziek opzetten.


Ok.


Da ga misschien nie direct jullie smaak zijn, ma da doe ik omda het een groot deel is van de werking. De muziek is specifiek om het effect te vergroten maar ook om het juiste effect dat jullie willen krijgen. Dus, nie direct reageren op de muziek, je moet er in feite niet op letten. Rookt het gelijk een andere joint, nie te snel ook, hé, er komen er hier soms binnen die te snel willen zijn, maar je kan het niet forceren. Ik verzeker U, ge gaat niet kunnen ontkennen dat dit spul anders is dan anders.


...


Ok, ik ga erbij blijven. Ge moedu geen zorgen maken. Soms ga ik een beetje meezingen. Gewoon over U laten komen, ge moe niks forceren.


[...]


Wow.


[...]


***


...


Béné, Béné. Wa hebt gij gezien?


Ik... teveel om op te noemen... Gij?


Ik... Ik ga niemeer naar de 100-dagen gaan.


Da's goe maar waarom niemeer? Wa heb je gezien?


Vertel maar wat je gezien hebt? Was het voor of na het zingen?


Na uw zingen.


Ok.


Ik zag. Veel. Ik zag kleuren die werden dan een zee, golven in alle kleuren, zoveel dieren, zo diep, aan het zwemmen niet alleen vissen. Er waren slangen aan beide armen die grepen me vast brachten mij dieper en er was een zwarte jaguar maar ik zag alleen de ogen en klauwen die bracht mij naar een paleis, diep, diep beneden, zo. Gouden paleis er was een stem, ma er waren ook veel andere... mensen, dieren, allez... vrienden erbij ze voelen als vrienden, maar niet allemaal mensen, allez... er was een stem en die sprak dan en ik zag ook wat hij zei en het ging erover dat ik het goed voelde en dat ik mijn gevoel moet volgen want ze gaat er zijn en de stem liet mij voelen wat het was om met haar te zijn en.. ik ben beginnen wenen toen... Het was zo mooi en warm en alles was aant schitteren en ik voelde mij vibreren, zo... allez, ja, heel raar om te zeggen maar de stem zei toen ook ik moet uitmaken of de korte duur het waard is. De korte duur. Of da het waard is. De korte duur. Het voelt als een waarschuwing.


...


Wow, Robbe. Ik heb ook dingen gezien maar dan vooral kleuren en velden en bergen en zo. En er was een grappige beer en mijn papa was ook blij. Maar geen stem bij mij, gelukkig ik zou in mijn broek doen.


Robbe.


Ja?


Ik denk... da gij moet nadenken over die boodschap en ook da gij een eagle zij.


Een Eagle?


Ja, een Eagle van de New Dawn. In het geloof van de Indianen van Amerika. Een Eagle. Gij kunt spreken met... [...]


Waar gebaart gij naar?


En zijt gij ook een Eagle?


Ok, spaar mij de bullshit. Ik ben hier alleen voor het spul niet de bullshit.


Ok, Niek. Mag ik uw geld dan?


Hier. Voilà. En trouwens da spul heet dimethyltriptamine. Het maakt daje hallucineert. Dad'is nie echt, hé. Da is allemaal verzonnen door de synapsen in uw brein.


Da is wa je kan zien op wetenschappelijk vlak, ja.


Ja, maar de wetenschap is ook waar, hé.


Waarom kom je dan terug? Als het maar hallucinaties zijn?


Ik doe het nie voor de hallucinaties. Ik wil gewoon high zijn. Mag da dan nie?


Ok, Niek. Dank U. Ge moogt gaan.


Ok, salut. *Debielen.*


*Namasté*


...


Robbe, Ik wil ook door.


Denkte gij dat het hallucinaties zijn, Béné?


Ik weet het niet. Ma het was wel iets dak nog nooit in mijn leven gezien heb. Als da allemaal in mijn verbeelding bestaat, ergens in mijn brein waar ik nog nooit aan ben geweest... dan... welja. Dan is mijn verbeelding veel schoner dan ik ooit heb kunnen denken.


Inderdaad - da is het. En hebben jullie ook geld bij?


Robbe?


Ja, nee. Nie echt.


Robbe, ik doe het niet voor gratis.


Ma ik heb wel iets bij om U mee te betalen.


Ja? Wa?


...


Robbe! Nee! Is da een Rado?!


Ja. Ik denk dat het meer waard is dan daje vroeg voor alle drie de joints.


Robbe. Ik aanvaard da normaal gezien nie, maar... van Eagle to Eagle nu wel maar beloof mij één ding.


Yes! Ok, wa moe'k beloven?


Da als gij voor die liefde kiest, da gij mij da laat weten?


Waarom?


'k Wil graag weten da'k U daar dan in geholpen heb, want Eagles doen maar één ding hun hele leven lang: ze zoeken continu naar elkaar. 


Waarom?


Om te vliegen.


8. Katahimikan ng kumbento


Paano nila maiisip na inagaw nila ang lahat sa akin, gayong hindi nila kailanman pinahalagahan ang kinailangan kong isuko? Kahit na iyon ay lahat-lahat ko na. Pagdating ko sa bansa, dinala niya ako agad sa shed na inihanda niya para sa akin sa bukid ng tatay niya kung saan kami titira, may ilang niyog na naroon. Hindi madaling dumaan dito, sabi niya. Iniharap niya ito bilang isang uri ng matamis na lambing upang gawin akong komportable sa kanyang payak at malamig na kahoy na dampa sa gitna ng isang putikang latian, ang mga traktora sa malapit na tinuturo niya ay kay John Deere daw na parang may pakialam ako, na tila ang tinutukoy niya ay alahas o ano pa man. Tumango ako at sabay tingin sa mga niyog. Ito ang ating magiging munting palasyong niyog, aniya, na tumutukoy sa palasyong niyog sa Maynila na itinayo ni Imelda Marcos upang tanggapin ang papa. Tumanggi ang papa na manatili doon. Dapat ako rin. Ang pagkakaiba lamang ay ang lugar na ito ay hindi magarbo ni katiting.

Tinalikuran ko ang isang mayaman at masiglang buhay, puno ng tawanan, usapan, pakikipagsapalaran, tao, interesanteng pag-uusap, at siyempre maraming alitan ngunit nairaraos naman. Nakaraos ako nang ako lang. May mga kapatid akong babae. Ipinakita nila sa akin na may paraan. Tapos, hindi ko akalain na ako ang magiging katatawanan sa bawat araw at araw-araw, kahit saan ako pumunta. Sa Maynila, kinagigiliwan ako ng mga kliyente ko. Dito, nabinyagan ako bilang isang uri ng yaya ng niyog. Hindi ka kakausapin ng mga lalaki dito, magsasalita sila tungkol sa iyo. Panay ang pagtukoy nila sa aking dibdib bilang mga niyog at palaging nagtatawanan. Puro tungkol sa kabastusan ang kanilang pinag-uusapan. Hindi ako kailanman makapagrereklamo, ‘di ba, ito ang dahilan kung bakit ako pumunta.

Napakapayapa dito. Noong mga unang linggo ay tumutunog ang aking mga tainga sa katahimikan. Noong unang linggo, may malamig na hamog sa labas at ang klima ay minus 15° C. Nanatili ako sa maliit na kahoy na kalan sa kusina. Ilang oras kong hinintay si Nick nang nakakumot. Hindi ko alam kung may idadala siya para makapagtrabaho ako. Walang tunay na pahinga. Hindi ako makatulog sa nararamdamang lamig sa mukha ko. Ibinaon ko ang mukha ko sa ilalim ng kumot. Tinanong ako ni Nick kung nakakahinga pa ba ako. Ito lang ang tanging paraan para makatulog, pero madalas akong iyak nang iyak, nang tahimik. Ayaw kong malaman niya. Sa lungsod, napapasaya ako sa tawa at kaligayahan ng kaabalahan ng buhay. Dito, ang naririnig ko lang ay mga ibon at makinarya ng mga magsasakang nag-aararo ng lupa. Hindi ko akalain na ang buhay ng isang prostitute ay magpaparamdam sa akin na ako ay nakatira sa isang kumbento.

Ang Maynila noong unang bahagi ng dekada otsenta, paano ko maipapaliwanag kung hindi nila naiintindihan ang mga pangunahing salita. Hindi glamoroso ang trabaho ko, pero 'tang ina, rak en rol ito, disco, baby, rebelyon at delikado at nakakasabik. Dito ay nakatayo ako sa tabi ng bintana at pinagmamasdan ang isang soro na may manok sa bibig na nawala sa palumpong sa tabi ng maliit na sapa na tinatawag nila ditong "gracht", na hindi kapareho ng "graf" na ang ibig sabihin ay libingan. Ang mga tunog ng wikang ito ay lubos na hindi natural. Ano ang kakila-kilabot na tunog na "ch" na ito, ano ang pagkakaiba sa tunog na "g"? At pagkatapos ay mayroon silang tunog na "h". Huwag kang mag-alala, sabi ni Nick, hindi mo kailangang maging marunong magsalita para sa kung ano ang iyong gagawin dito. Laking pasasalamat daw niya na nandito ako, na kusang ginagawa ko ito, na ako ay isang malayang babae, na kusang pinipili ang buhay na ito.

Sa Asya, ang Maynila ang pinakamalapit na bagay sa pagiging nasa Amerika nang hindi pupunta sa Amerika. Ang tindi ng dekada '70. Nagsayaw ako para sa maraming negosyante mula sa lahat ng uri ng iba't ibang bansa: Korea, Vietnam, Japan, Indonesia, mahilig silang magsalita tungkol sa kanilang negosyo. Negosyo. Mga plano sa negosyo. Pera. Gusto nilang mag-enjoy sa kanilang pera. Gusto nilang mag-enjoy na hindi nababagabag sa pag-e-enjoy. At mayroon silang mga pabrika ng electronics, nagtayo sila ng mga linya ng telepono, sila ay nasa industriya ng metal ore, nagtatrabaho sila sa militar ng Amerika, lahat ng uri, lahat ng uri. Magsasabi sila sa amin ng mga bagay-bagay. Ang matalik kong kaibigan ay nagpakasal sa isang negosyante at lumipat sa Japan. Ewan ko ba kung ano ang mas mahirap matutunan, Dutch o Japanese. Anuman ang mangyari, lahat sila ay mahilig magsalita ng Ingles. Mahilig silang pumunta sa Maynila dahil sa Maynila ay mararamdaman nila at sila ang "lalaki", first class, sila ang may-ari ng lahat, at hindi nila mararamdaman iyon sa Amerika kapag nagpunta sila roon. Mahal ko ang Amerika.

Gustung-gusto ko ang pelikulang Taxi Driver. Sinabi sa akin ni Nick na hindi ko talaga naintindihan ang pelikula, na hindi naman ito talaga kwento ng pag-ibig. Akala ko ganoon. Dapat ay naaawa ka, sabi niya, para kay Jodie Foster dahil child prostitute siya, at dapat ay maawa ka sa sakit sa isip ni Robert Deniro, na nagdadala sa kanya sa ekstremismo. Naisip ko lang na bayani siya. Hindi naman talaga kwento ng pag-ibig iyon, sabi ni Nick. Wala akong ideya tungkol sa lahat ng ito.

Ibig kong sabihin, paanong hindi mo mamahalin ang marikit na si Jodie Foster at ang gwapong si Robert Deniro, paanong hindi ito kwento ng pag-ibig? Sa Maynila dati ay may mga higanteng painting ng kanilang mga mukha, na magkayakap. Isang magandang mag-asawang nag-iibigan. Nagustuhan ko ang poster na iyon. Ang pinakamasama sa pagiging narito sa latiang putik na ito ay walang mga sinehan. Dati ay dalawang beses kada linggo ako pumupunta. Dati ay paulit-ulit kong pinapanood ang parehong pelikula bago ito tuluyang mawala sa sinehan. Dati ay mahilig akong mag-disco pagkatapos. Gusto ko si Donna Summer. Toot toot, hey, beep beep. Sumasayaw. Ayaw ni Nick ng disco. May record player siya. Hindi ko gusto yung musikang pinapatugtog niya. Napakaingay at nagiging galit talaga siya pagkatapos niyang pakinggan ito. Umiinom siya. Bakit ko naman gustong magalit? Para siyang iyong Taxi Driver. Ang pagiging galit ay nagpapalakas sa kanya. Dapat din ba akong maawa sa kanya? Hindi niya ako pinapayagan. Gusto niyang siya lang.

Nagdala si Nick ng isang malambing lalaki ngayong gabi. Nakilala niya ito sa tila pagtitipon ng "babaylan" at gusto niya itong dalhin, maaaring maging magandang negosyo kung magpapakita ako sa kanya ng ikatutuwa niya. Ang maganda lang sa lugar na ito ay minsan ay guwapo talaga ang mga lalaki kung swertehin ka. Mas maswerte ka pa kung marunong silang gumamit ng katawan nila para makipagtalik at hindi gumagalaw lang na parang makina na naglalabas-pasok. John Deere, inisip ko sa sarili ko. Kailangan kong pigilan ang sarili ko na humagalpak sa tawa habang naroon. Nakakatawa talaga. Kung papayagan nila ako, ipapakita ko sa kanila ang pagkalambot, ipapakita ko sa kanila na huwag makipagtalik nang galit. Marahan, malalim. Nagulat sila, nag-enjoy sila. Tapos, hinusgahan nila ako dahil dito. Isang puta lang ang marunong makipagtalik nang ganoon kainam, ‘di ba. Hindi ko alam kung kumusta ang mga kababaihan sa paligid pagdating nasa kama, ngunit siguradong hindi nila napapasaya ang mga lalaking dumarating sa shed ni Nick. Pero ngayon ay iba ang taong ito. Sobrang payat niya. Sa tingin ko ay hindi siya nagwowork-out tulad ni Nick. Namumutla na sya. Tinitingnan niya ako at sa tingin ko - sa tingin ko naaawa siya sa akin. May kung ano sa mga mata nya. Benedict daw ang pangalan niya. Gusto ko iyon. Tapos tinanong niya ako kung dapat ba niyang ibigay ang tunay niyang pangalan tapos binugbog niya ang sarili niya dahil sa pagbibigay ng tunay niyang pangalan. Sinabi ko sa kanya ang tunay kong pangalan. Charity Gonzales. Parang Spanish daw ang tunog. Sinabi ko sa kanya na parang wala siyang masyadong alam sa mundo. Sinabi niya sa akin na nag-aaral siya sa Unibersidad. Sabi ko ay ako rin dati. Tinatanong niya ako kung paano ako napunta rito. Tinatanong ko siya kung paano siya napunta rito.

Nagtalik kami.



9. Wij willen willem weg, wil Willem wijzer wezen, dan willen we Willem weer.


Luitenant.


Inspecteur.


Waarmee kan ik U helpen? Wa is da?


Een brief da iemand aan mijn deur heeft gehangen. Wij willen Willem weg, wil Willen wijzer weten, dan willen we Willem weer.


Ja, Inspecteur, wa kank daarop zeggen?


Ik hoop dat ik dit niet letterlijk moet nemen. 


't Is een grapje. Niemand wilt U hier weg.


En niemand zou de mannen aangezet hebben om dat te doen, om mij te intimideren, het onderzoek te staken?


Inspecteur, alstublieft. Ik blij dagij der zijt om mij te helpen met de zaak van de Bende van Lembeke. Vier ogen zijn beter dan een.


Ja, maar mijn twee ogen zijn gericht op U, Verbeeck, niet op de bende. Maar hoe dat jij de bende aanpakt.


Het is begrepen. Ik zal de mannen vertellen geen grappen meer uit te halen medu.


...


Er valt niet te lachen met hetgeen waarvoor gij naar hier zijt gekomen.


Goed.


Goed.


...


Vanavond is het al de 100 dagen, zeker.


[zucht] Ja, da klopt, inspecteur.


Mannen op post?


Voorzekers.


Veel mannen?


Genoeg.


Mag ik evenwel opmerken dat de 100-dagen een fenomeen is dat letterlijk bestaat uit tieners. Het zou me sterk verbazen moest je extra agenten nodig hebben voor een bende... zeventienjarigen.


Het is geen kleine bende, het zijn àlle 17-18 jarigen van Eeklo en omstreken. Da is geen klein beetje.


Wa verwacht je dat er staat te gebeuren, Luitenant?


Het is al voorgevallen dat er auto's in brand waren gestoken. Een paar jaar geleden was er een vitrine binnen gebroken.


Is da iets typisch voor een 100-dagen?


Typisch zou ik nog niet direct zeggen, maar... het is gebeurd en als het is gebeurd kan je het niet meer uitsluiten, toch, Inspecteur?


Dat is de waarheid, maar mag ik vragen de rapporten van de antecedenten van brand en inbraak op de vorige 100-dagen in te kijken. Dit is om een beter zicht te hebben op de zaak, want... Dit lijkt mij niets meer of minder dan een concert of carnaval.


Je vergeet, Verbiest, op carnaval komen de zotten naar buiten.





10. Tante nonneke


Tante Nonneke. Ik ben homo.


Wa zegde?


Homo, tante. Ik ben homo.


Wa is da hòmmo?


Ik ben homo-seksueel tante.


Ma jongske daar zijt ge te jong voor om te weten.



Ik denk dat ik het weet.


Ma wa peisdegij?


Dak voor de mannen ben.


Voor de mannen?


In plaats van voor de vrouwen. Om een vrouw te hebben.


Ma, Tibeau, ge zijt nog te jong om daarover na te denken.


Het is een gevoel, tante.


Ma wa denktegij da gij voelt. Voor de mannen.


Ik voel da ik liever met een man wil zijn dan met een vrouw. Ik wil helemaal nie met een vrouw zijn. Seksueel.


Ik ken da gevoel, jongske.


... Wa?


Ja, jongske, ik ken da gevoel. Ik wou nooit seksueel zijn. Nie met een man niet met een vrouw. Met niemand. Ik wou alleen dienen.


...


'k Wistekik ook waar kinderen vandaan kwamen toen en ik'en had zoveel mannen die mij zouden gestrikt willen hebben, maar ik wist het al van jongs af aan. Ik wilde dienen. Ik moest kiezen. Ik ben thans non geworden.


...


Da was wat ik wildigen. Daar heb ik geen spijt van. Ook nie van op missie gaan. Ma de dingen die ik daar gezien heb... Gij, jongske, Tibeau. Gij zijt nie zo. Gij zijt een goeie jongen. Gij wilt mensen geen pijn doen. Da besta nie. 


Dank U, tante.


Wa zittegij nu te wenen?


Ik ben gewoon blij, dak het heb kunnen zeggen.

Ge moet nie wenen. Het enigste wagij moet doen is wijs wezen en vertel het pas wanneer je het kan gaan doen wa je moet doen. Anders was het mij ook nie gelukt.


Dank U tante.


Het is wel, jongen, het is wel. Waarom zijdegij zo verkleed?


Het is 100-dagen vanavond. 


11. Telefoongesprek Robbe Callens en Bénédicte, dag van 100-dagen viering.


Robbe, ga je echt niemeer mee naar de 100-dagen. Nick heeft mij wa spul gegeven dak kan dealen. Het is 100-dagen, het gaat direct op zijn en dan heb ik wa meer zakgeld.


Ik heb U al gezegd, ik ga niemeer gaan. Die droom, ik kan er nog steeds nie van slapen. En Niek? Sinds wanneer pak je van Niek af?


Hij helpt mij sinds dak niemeer studeer geeft mij papa mij geen zakgeld meer en ik kan nie platzak uit gaan en zo.


Moogdegij terug uit gaan? En uw werk in de bakkerij?


Da betaalt hij nie, het is werk in wa'k ga erven, zegt hij.


...


Robbe?


Ik weet het nie, Béné.


Robbe, please, je hebt gezegd da je het goed ging maken. Please, ga mee. Ik heb iemand nodig als ik zoveel bij heb, ik wil nie da iemand da door heeft dak ermee rondloop en het afpakt. Ik heb U nodig.


Bescherming, dan?


Ja.


Eerst wil je mij nooit meer zien omdak een mes bij had, en nu wil je dak bij U kom staan met een mes voor bescherming.


Ik ga ook een mee hebben!


Ma gij zij zo nen zeveraar, Béné, godverdomme!! En Niek zelf dan?


Niek kan moeilijk tussen 6dejaars gaan staan, hé. Da valt te veel op.


Wa heeft hij U beloofd naast geld, Béné. Wa nog? Gaan jullie samen werken, da is er hier aant gebeuren?


Nee. Niks, Robbe.


...


Robbe?


Joengene, joengene.


G'hebt gezegd dage het goe ging maken.


... Ik vind da nie goe daje gaat beginnen dealen, Béné.


Wa moek doen? Het is nog een jaar tot ik terug mag studeren, als ik al mag studeren! Mijn vader wilt zelfs niemeer dak gà studeren.


...


En gij moe vooral spreken, met uwen deal met de bende van Lembeke. Verandert uw naam anders naar Robin.


...


Robbe?


OK.


Ja?


't Is goe.


Robbe, danku danku!!


12. Ondervraging Danny De Roose door inspecteur Verbiest en Kolonel luitenant Verbeeck.


Naam

Danny


Achternaam

De Roose


Occupatie

Werkloos


Indien werkloos, reden:

Kijk, als jullie zeggen 'werkloos' dan wilt da iets anders zeggen dan wanneer e'k'ik zeg 'werkloos'.


Hoe bedoelde gij het wanneer dagij zegt werkloos?


Ik zit inderdaad zonder werk, waarbij ik bedoel, het kost mij geen werk om te doen wat ik moet doen om te verdienen wat ik verdien en te krijgen wat ik nodig heb. Het kost mij geen werk, zoals toen da'k werktigen bij SIDMAR. Eén van jullie ooit bij SIDMAR gewerkt?


Sidmar?


Metaalfabriek, Zelzate, Verbiest.


Ja, inspecteur. Metaalfabriek. Zelzate... Hoogovens! En met gewerkt bedoel ik dag in dag uit gezweet, hé, aan de hoogovens. Daar heb ik gestaan een tijd. Zoute koffie, wist je da? Zoute koffie geven ze daar. Ik ga de smaak nooit vergeten. Gloeiend heet ijzer, kunt 'g'U da inbeelden? En dan met bloot bovenlijf daarnaast gaan staan, heffen, heffen, gieten. Iemand met een emmer water die da over U giet om de zoveel tijd daje niet met brandwonden naar huis moe gaan.


Goed. SIDMAR. De Roose, komt tot uw punt. G'e't net iets interessants gezegd, dagij nie werkt ma toch uwen kost verdient. Gij noemt da geen werk, want het is niet aan de hoogovens staan. Goed. Ik begrijp U. Ik begrijp U.


Ik begrijp heel veel dingen over U, meer dan dage denkt.


Vleierij werkt nie bij mij, meneer de agent.


Danny. Daarnet zei gij nog dagij verdient watda gij nodig hebt. Ma het is geen werk voor U. Wa is dat dan?


Ik denk datda noemt 'gerustheid', in de volksmond.


Ja, ma wa brengt U al die mooie gerustheid, zonder dage iets van werk hebt.


Het ding is dat het werk dat ik doe, ik het doe voor het plezier. Ondertussen word ik er beter van. Maakt da mij een bandiet?


Het hangt ervan af wat het werk is dat je doet voor het plezier.


...


Awel?


Ge gaat het uit mijn mond nie krijgen, tenzij je een beschuldiging aan mijn adres wilt gaan hangen. Doe maar. Ik wacht.


Ok, hebt gij dealers erop uit gestuurd op de 100 dagen?


Ik heb niemand erop uit gestuurd naar de 100 dagen. En dealers... van wa?


...


Ja, zeg maar? Dealers van wa?


...


En wa van Bénédicte?


Wie is Bénédicte.


Ok, ma nu moet ge U nie van den domme houden. Bénédicte. Beste vriend van Robbe Callens.


Da kan goe zijn dat hij goeie vrienden is met Robbe, ma ik ken nie alle vrienden van al mijn vrienden. Ik heb er veel.


En Niek?


Niek? Niek Verstringhe?


Inderdaad. Wat weet je over hem?


Dat hij dealt dat is zijn zaak, ja, nie voor mij. Iedereen kent hem. Ma hij is geen lid van de bende.


Waarom heeft hij dan Tibeau proberen aanvallen?


Ik heb nie onder controle wa mensen allemaal denken daze moeten doen om bij de club te geraken. Ik ken diene jongen nie, Tibeau. Wie is da zelfs? Ik bedoel. Waarom is da mijn probleem?


Nick Verstringhe en Tibeau Verbeeck zijn in een gevecht geraakt tijdens de 100-dagen fuif in de sporthal van Eeklo. Beide hadden messen bij. Niet verwonderlijk, sinds Tibeau al eerder het slachtoffer is geweest van geweld tegen zijn geaardheid.


...


Luistert naar Verbiest en antwoord, De Roose.


Jaja, ok, wa moek nog weten?


Agent Pascal Pauwels heeft het gevecht gespot, is tussenbeide gekomen en heeft Nick Verstringhe vastgehouden bij afwachting van versterking, maar omdat Nick zodanig tegenwerkte, heeft hij zijn wurggreep te lang vastgehouden en is Nick Verstringe komen te overlijden.


Komen te overlijden? Diene rijkswachter heeft 'em vermoord wilde zeggen.


Het ga hier nie over de rijkswachter. Het ga hier over U, Danny. U bende is te veel problemen aant veroorzaken. Het ga van aanvallen met messen naar doden die vallen.


Da was nie het werk waar 'k ik het over had. Het is nie mijn bende die Nick heeft doodgewurgd, maar diene rijkswachter- Pauwels, was't?


Nie antwoorden, Verbiest.


En die mesaanval heeft mijn club ook niks mee te maken.


Maar wel Robbe Callens.


Da kan goe zijn, maar ik weet er nie van. Robbe is bij de bende gekomen, ja.


Waarom? Wat doet hij voor U?


Ik denk dagij nie goe begrijpt wat de bende is. Het is een club. Er is geen baas bij ons. We hebben wat we hebben en we delen da en we komen samen net als een andere club om te delen in vanalles. W'ebben gene chef, gene baas, geen opzichter, gene kolonel of inspecteur.


Waarom kijkt iedereen dan op naar U?


Ma, daar kank'ik niks aan doen, hé. Omdak het gesticht heb, zeker? Toen?


Waarom heb je het toen gesticht?


Omdak niemeer bang was.


Van wie?


De baas bij SIDMAR, tiens. De baas is bang van mensen die niet bang zijn van hem. Hij is alleen maar gerust alsdegij bang zij van hem. Alsdegij nie bang zij, dan is hij on-gerust. En op den duur geraakt hij on-uitgerust daarvan. En hij neemt U da kwalijk dage nie bang zij, omdat er wallen onder zijn ogen beginnen te hangen dankzij U, terwijl gij niks doe. En ik dee niks. Ik was gewoon niemeer bang. Aba-ja! Tuurlijk nie! Ik was nie bang van aan de hoogovens te staan met gloeiend heet ijzer dat aant spetteren is recht naast mijn gezicht! Denktegij da die brillekes die ze ons gaven ons ogen konden beschermen tegen ijzer van duizend graden? Da was pas iets om bang voor te zijn. Nie Marcel... of Désirée. Da kunnen ze nie uitstaan. Ah, ja. En dan beginnen ze streken uit te halen. Strekenmensen.


Alle bazen zijn strekenmensen?


Verexcuseert U: fabrieksbazen. Strekenmensen zijn het, ja. allemaal. We hebben het allemaal genoeg gezien. Strekenmensen hebben graag bange mensen, ja, da zijn goeie, ge moe nie lachen. Werkers moeten nie bang zijn van hun gezondheid te verliezen, nee-nee niet da. Hier een oog kwijt, daar een duim, een voet, daar een gebroken poot - moesten we nie stem over doen. Ma werkers moeten wel bang zijn van de baas zijn kwaaie woordjes! Da wel. Wie der allemaal wijs was, probeerde nog een beetje averechts te doen. Maar de bazen toonden ook graag daze trots waren op hun bange werkers: "da zijn de goeie" - want die gaan continu sorry zeggen en zeggen van 'ja, nee, kiest gij maar, kiest gij maar'. En da gebeurt dan ook, ze gaan kiezen in uw plaats. Ze doen niets liever! En dan worden mensen nog meer bang omdat ze dan niet kiezen in uw belang en dàn zijn ze bang voor hetgeen ze kiezen in uw plaats. Zodus ik ben de bende gestart, want ik kies graag zelf.


Kunt gij nog volgen, Verbiest?


Nauwelijks, Verbeeck.


Allez, ja. Ik weet wel dat da overeenkomt met wa wij in ons dossier hebben staan.


Ah, ja. Wat dan?


Da gij nie alleen graag kiest voor uzelf, maar ook graag alles pakt voor uzelf.


Wa wilde zeggen?


De bende, sorry, ik bedoel uw 'club' staat er bekend om te leven van inbraken. En dan alles te verkopen. Op de zwarte markt.


...


Geen commentaar hier, precies, Verbeeck.


Inderdaad.


...


En, ik denk dat Robbe, vers bij de bende, der voor een goeie reden bij is gekomen.


We zijn allemaal gelijk in mijn club. Dokterszoon of boerenzoon. Maakt nie uit.


Heel summier, nu, toch, hé Verbiest?


Zeker.


Het enige meer waard dan goederen en auto's en juwelen, is informatie 'over' goederen en auto's en juwelen. Vooral, wanneer ze te graaien vallen... Laat da nu iets zijn da Robbe misschien wel al het een en ander over weet.


Da kan goe zijn. Da's goe om te weten, Verbeeck. Maar het zijt gij die nu ideeën in mijn kop aant steken zijt en ik denk dat horen zeggen van iemand die het gehoord heeft van iemand anders die het wel eens zou gezegd kunnen hebben, nie iets waarda ge mij hier nog veel langer kunt houden.


Valt toch wel op, hé, Verbiest, hoe snel dat hij in enen keer niets meer te vertellen heeft.


Dat is inderdaad wel heel opvallend.


Der is niks mis met opvallen.


't Is goe, de Roose, ge moogt beschikken. Ik kan U hier nie houden, maar weet wel da mensen hard hebben moeten werken voor hetgeen gij afpakt van hen.


Ah ja? Hard moeten werken? Van wie? Nie van mij.


Heel grappig, de Roose. Vertrekt maar.


Zo lang ze nog hun beide ogen nog hebben, hé. Zo lang daze er geen duim of geen voet aan verloren hebben. Het is allemaal nog nie zo erg. Toch? Da zei mijn baas vroeger ook. Iedere keer dat hij een streek uithaaldigen.




13. Night Shop Eeklo Station

Kan je nog eens beschrijven hoe ze gekleed waren, zodat we zeker zijn dat we over dezelfde mensen praten?

Ja, zij droeg van... religieuze... vrouw. Kleren, zwart en wit.


Een non?


Ja, non.


Ok, dat is Julie. In vol habijt?


Habijt?


Van top tot teen?


Ja, non, gekleed - volledig. Top tot teen. Ja.


En hij?


Hij droeg... safari kleren... Safari. Beige. Korte mouwen. En, hij had bij, ook... zweep. Zweep.


Hij was gekleed als Indiana Jones?


Sorry?


Zoals de film, Indiana Jones.


Ik weet niet...


Ja, zoals Indiana Jones. Ok, dat weten we nu ook hoe Robbe gekleed liep. Ok, goed. Meneer, bedankt om te beschrijven we hebben alleen nog maar enkele vragen over toen ze hier samen waren. Zijn ze hier samen binnen gekomen?


Ja, samen komen binnen.


Wie kwam eerst binnen?


Samen komen binnen.


En wie was de eerste?


Hij had haar hand vast en bracht haar mee. Ze gingen achter staan, bij Sprite. Sprite.


En om hoelaat kwamen ze binnen.


Zij hier om 11 uur en half.


Ok en wat heb je gehoord? Heb je gehoord wat ze aan het zeggen waren?


Zij, lachen. Lachen. Niet luid. Stil.


Niets gezegd?


Alleen gehoord: jij mooi. Jij zo mooi. Lieve woorden. En aanraken ook, hand, schouder. Zij ook.


Zij ook?


Ja, zij ook door haar. Haar. Glimlachen, ja.


En heb je gehoord wat zij zei?


Zij zij?


Wat ze heeft gezegd, wat zij tegen hem nog heeft gezegd?


Ah, zij was ook lieve woorden. Ze zegt... hij... goed kunnen geven van kus.


...


Hebben ze daar lang gestaan?


Ja, lang. Ik... kijken. Dan zij... stoppen! En pakken rum fles en cola. Ik afrekenen hier aan de kassa. Ja? En toen weggegaan zij allebei.


En hoe laat was dat?


Ik weet niet meer, ik denk kwartiertje later.


Welke richting?


Naar buiten, donker al, kon niet zien. Kon niet zien.


Zijn ze later nog teruggekomen? Om nog meer te kopen?


Nee, niets gekocht meer. Niet meer gezien.





Ondervraging: Pascal Pauwels. Notities Inspecteur Verbiest.
[...coming soon...]